Rick Evers: We leken er klaar voor

Het probleem is dat ik mezelf altijd een beetje overschat. Als mijn vrouw een voetenbankje onder het bureau wil en ik zeg: ‘Dat maak ik zelf wel’, dan weet zij al dat ze een paar scheef op elkaar geschroefde plankjes krijgt en dat het voetenbankje na een dag stuk is. En als mijn tennismaatje vraagt of ik meedoe aan het dubbeltoernooi, zie ik ons al met de trofee en de bloemen op het podium staan.

Een tennistoernooi. Waarom ook niet. Ik zit al sinds oktober op tennis. Dat doe ik een uurtje per week. Behalve als het echt niet uitkomt. Of als het heel slecht weer is. Of als de anderen niet kunnen. Maar verder echt iedere week. En hoewel we de lessen nog niet ingepland hebben, vinden we zelf dat we lekker bezig zijn. De eerste opslag gaat vaak in het net, maar gelukkig mag je die altijd twee keer proberen. Kortom, we waren echt wel klaar voor een tennistoernooi.

We schreven ons in en met frisse moed fietste ik op de wedstrijddag naar de tennisclub. Zoals iedere week in mijn joggingbroek, hardloopshirt en met de rackets die ik van mijn schoonvader heb geleend. We moesten drie dubbelpartijtjes spelen in onze poule en toen ik de tegenstanders zag, groeide mijn vertrouwen. Veel oude mannen die mijn vader hadden kunnen zijn. Ik keek mijn dubbelpartner veelbetekenend aan: dat wordt een makkie.

Een half uur later zat onze eerste wedstrijd erop. We verloren met 6-3 en 6-0. Op zich geen schande, want het waren jonge gasten. Ze hadden onze kinderen kunnen zijn. Ze waren duidelijk fitter en stonden steeds op de goede plek. Gelukkig was de tweede wedstrijd tegen twee oudere mannen. Die overwinning hadden we eigenlijk al met potlood ingevuld, maar de oudjes wonnen toch. Op ervaring werd het 6-2 en 6-0 voor de grijze mannen.

Bij de derde wedstrijd hadden we duidelijk het publiek aan onze kant staan. De mensen waren nieuwsgierig geworden naar dat ogenschijnlijk fitte duo dat toch iedere wedstrijd kansloos ten onder gaat. We verloren opnieuw, maar de laatste set was close. Het werd 6-0 en 6-3. We dronken nog een biertje en toen ben ik naar huis gegaan om online een voetenbankje te bestellen. Stukje zelfkennis.