‘Ik ben Jantien, niet de directeur’

Jantien Blankhorst-Hartkamp gaat na dik 30 jaar in onderwijs Olst-Wijhe verder in Hardenberg

WIJHE – “Ik denk niet dat kinderen zijn veranderd. Maar de maatschappij verandert wel snel. Er komt veel op kinderen af. Ze moeten zich wapenen voor de toekomst en er wordt veel van ze gevraagd. Neem de digitalisering. Die heeft ook veel gevolgen voor de leerkrachten. Je moet tegenwoordig van goeden huize komen om kinderen te boeien. Leerkrachten staan voor de klas een verhaal te doen, terwijl de kinderen, als ze hun mobieltje pakken, meteen mooie animatiefilmpjes kunnen kijken. Dan sta je daar als leraar… Maar kinderen zijn nog steeds nieuwsgierig, willen leren en willen gezien worden.”

Aan het woord is Jantien Blankhorst-Hartkamp, nu nog directeur van het onderwijsteam van obs de Wije en de A. Bosschool in Wesepe. Vrijdag 18 februari neemt ze na een carrière van 32 jaar afscheid van het onderwijs in de gemeente Olst-Wijhe. Ze gaat aan de slag in Hardenberg om daar leiding te geven aan vier openbare basisscholen (later mogelijk nog aangevuld met een AZC-school). “Ik ben behoorlijk direct”, zegt ze over haar stijl van leiding geven. “Dat maakt dat mensen weten wat ze aan me hebben. Zeg wat je doet, maar nog belangrijker: doe wat je zegt. We werken op basis van vertrouwen. We hebben hier nog nooit grote trammelant gehad. Ik ken inderdaad genoeg voorbeelden dat het ook anders kan.” Ze begint te lachen. “Je hebt wel te maken met onderwijzers immers. Die kunnen eigenwijs zijn hoor. Dat ik dat zeg, kunnen ze hier wel van me hebben.” En dan weer serieus: “Het gebeurt heus wel eens dat iemand zich niet happy voelt in het team. Maar daar kun je wat aan doen. Ik zeg ook altijd tegen de medewerkers dat we echt niet bij elkaar op de visite hoeven, maar dat het wel belangrijk is dat we samen het beste voor de kinderen doen. Praat met elkaar en niet over elkaar. Ik heb zo’n hekel aan veenbrandjes. Als het broeit, trek ik meteen de boel open. Het belangrijkste is dat je als directeur mens bent. Ik speel geen rol. Ik ben Jantien, niet de directeur. Ik vind het mooi om te zien hoe mijn team staat. Dat is mijn grote trots.”
Jantien komt van de Elshof. In 1990 begon ze haar carrière in het onderwijs als leerkracht bij de Peperhof in Wijhe. Tien jaar later werd ze directeur van de Tellegenschool in Wijhe; in 2009 ging ze als directeur aan de slag bij haar oude stek de Peperhof en in 2014 begon ze als directeur van het onderwijsteam van de A. Bosschool in Wesepe, de Peperhof in Wijhe en de Ter Stegeschool in Olst. Die laatste school ging in 2019 naar het Olster cluster. In plaats daarvan kwam de Tellegen erbij. De Peperhof en de Tellegen fuseerden daarna tot obs de Wije.

Retetrots

Jantien mocht het hele fusieproces vormgeven. “We moesten de medewerkers van twee locaties samenvoegen tot één team. We zijn echter eerst begonnen met de kinderen. Samen gymmen. Natuurlijk kenden veel kinderen elkaar al wel van de sport of van spelen, dus we begonnen niet vanaf nul. Na een maand of wat vroegen de ouders of we niet versneld naar één locatie konden gaan. Toen kwam corona. Een bedreiging, maar voor ons ook een kans. Aangezien de scholen dicht moesten, konden we meteen starten met de bouw. Op 1 juli 2020 hebben we obs de Wije in gebruik genomen. Ik ben retetrots op hoe het allemaal gelopen is. En vergeet de A. Bosschool niet. Daar kan nu de locatie aangepast worden. Ik ben ook bij dat hele proces om tot een voorzieningenhart in Wesepe te komen betrokken geweest. Het maakt niet uit dat ik dat niet kan afmaken. We zijn allemaal voorbijgangers…” Want, zo benadrukt ze, wat Wijhe betreft, zou ze voorlopig wel even uitgemanaged zijn. Ja, er komt een nieuw kindcentrum, maar dat kan nog wel een jaar of vier, vijf duren. “En daar word ik dan onrustig van. Ik wil altijd verder bouwen. Ik kan dan nog wel vier, vijf jaar gaan wachten, maar dat duurt me te lang, dan ben je zo’n fossiel.”

Dure mensen

Sinds 2014 staat ze niet meer voor de klas. “Dat ontgroei je dan na verloop van tijd”, zegt ze. “Ik ben nu op een andere manier bezig voor de kinderen. Veel vergaderingen ook. Maar altijd vraag ik me dan af: ‘Wat heeft het kind in de klas eraan dat ik hier nu tussen al die dure mensen zit?’ Want uiteindelijk gaat het erom dat alle kinderen maximale kansen krijgen. Als directeur kan ik daarbij ook het verschil maken. Door ervoor te zorgen dat alle leerkrachten in hun kracht staan, dat ze goed hun werk kunnen doen. Je moet daarbij goed naar de mensen kijken. Iedereen mag zijn zoals ie is. Iedereen brengt kwaliteiten en talenten in. Die moet je met elkaar verbinden zodat je samen sterker wordt. Het lesgeven mis ik niet. Dat is gewoon niet meer mijn ding. Ik loop best nog wel veel door school en heb zo wel contact met de leerlingen. De middelen veranderen ook zo snel. Als je een paar jaar uit bent, verlies je het zicht. Dan maak ik liever ruimte voor vakmensen.”

Meewerkend voorvrouw

Er is in de loop der jaren steeds meer op het schoolmanagement afgekomen, vertelt ze. “Toen ik in 2000 directeur werd, kon ik nog vier dagen voor de klas staan. Toen hoefden we nog geen begroting te maken, geen formatieplan en geen jaarplannen. We hebben met heel veel regels te maken. Ik wil niet zeggen dat dat altijd onterecht is, maar er is inmiddels wel het nodige op een schooldirecteur afgekomen. Eerst was je nog een meewerkend voorman of –vrouw, nu ben je meer een manager.”

Kader met raster: Belastend

De coronacrisis heeft haar werk nu al twee jaar lang flink beïnvloed. “Twee jaar lang heb ik als directeur 24-7 aangestaan. Of het nou de GGD is, de leerkrachten of de ouders; ze weten je te vinden als er wat speelt met corona en dan moet je handelen. Quarantaine, vervanging, groepen naar huis sturen. Ik heb dat als heel belastend ervaren. Ik denk dat de cognitieve achterstand voor de kinderen wel mee valt. Maar het gebrek aan ontmoeting en samen vieren van dingen, dat is schadelijker. Als mens floreer je als je samen dingen viert. Dan hoor je ergens bij. Samen school zijn en successen vieren mocht vaak niet. Dat is verschraling van het sociale gebeuren…”