‘Gebrek aan gezamenlijke rouw heeft wonden geslagen’

Pastoor Ronald Cornelissen en dominee Richard Slaar over het rondwarende spook van corona

RAALTE – Ze zien het allebei: na bijna twee jaar corona missen de geloofsgemeenschappen in Salland het sociale gedeelte van een dienst of een viering nog het meest. Het kopje koffie na afloop, de ontmoeting, de praatjes met bekenden; al lange tijd heeft het niet gekund of is/was het aan banden gelegd. We praten met Richard Slaar, dominee van de Protestantse Gemeente Raalte, en Ronald Cornelissen, pastoor van parochie H. Kruis, de Lebuïnusparochie in Deventer en de Marcellinusparochie in Twente, over het spook van corona. En over hoe zij de restricties bij uitvaarten hebben ervaren. “Het niet gezamenlijk kunnen rouwen of een afscheid kunnen voorbereiden met de naasten, heeft extra wonden geslagen.”

Slaar werd eind augustus bevestigd als nieuwe dominee van de Plaskerk in Raalte. De kennismaking met zijn gemeenschap ging door het virus lang niet zo snel als hij had gewild. “In de tijd voordat ik bevestigd was, heb ik enkele diensten gevolgd. Tijdens een van die diensten werden vijf overlijdens afgekondigd. Ik dacht: ‘Waar kom ik nou in terecht?’. Ik was hiervoor dominee in Groningen. Daar waren de gevolgen van corona veel minder. Ze hadden nog nergens last van. En dan kom je hier. De gemeenschap had wel al wat meegemaakt. De regels werden heel strikt gehanteerd. Dat zorgde ervoor dat ik heel weinig kennis kreeg aan de gemeente. Je belt wel met mensen, maar als je dan over straat loopt en je komt ze tegen, dan weet je niet eens wie het zijn. We hebben hier het thuiswerken-advies opgepakt. Niet teveel rondgaan. Belletjes en videogesprekken, die konden nog wel. En diensten gingen online. Ik merk wel dat de PKN in de afgelopen twee jaar een stukje digitaler is geworden. Dat ging in een rap tempo. Ook in kleinere gemeenschappen, denk bijvoorbeeld aan die in Wesepe. Als corona er niet was geweest, was dat niet gebeurd. Ook daar hebben ze nu een camera in de kerk. In de Plaskerk hebben we er al twee. We praten over een derde. Elke dienst hebben we twee mensen voor de techniek. Een voor de PowerPointpresentaties en een voor de camera.”
Cornelissen heeft dat in zijn eigen gemeenschappen ook zien gebeuren. “We hadden het geluk dat we Gauthier de Bekker hebben, een jonge priester. Hij is goed thuis in de moderne technieken. Meteen de eerste zondag toen we dicht moesten, hebben we al geëxperimenteerd met een online viering. Tien mensen die de link kregen. Dat liep perfect. Daarna konden we er verder mee. Tot aan juli waren er geen echte vieringen in de kerken. Alleen online. Elke zondag vanuit een andere kerk. Dat vonden veel online bezoekers ook mooi. Zo leerden ze veel meer kerken kennen. Pasen vorig jaar hadden we meer dan drieduizend kijkers; tijdens Kerst vierduizend. En bij de gewone online vieringen ook wel achthonderd views.” Slaar voegt toe: “Onze club is wat kleiner. Soms 150 mensen die meekeken. We hebben in die tijd bij onze online vieringen de koffiegroeten geïntroduceerd. Elke week ging een cameraman bij twee of drie gezinnen langs om een filmpje op te nemen. Na de dienst kwamen die filmpjes dan in beeld.”

Isolement

Natuurlijk was elk coronasterfgeval er een te veel, maar buiten dat hebben de restricties die werden opgelegd aan uitvaarten en andere onderdelen van afscheid nemen, er misschien in de gemeenschappen nog wel het hardst ingehakt. Slaar: “Als weduwe of weduwnaar belandde je door de maatregelen in een isolement. Niemand die je kwam condoleren. Je kunt het afscheid niet voorbereiden. Er wordt zo veel gemist. Familie die niet langs kon komen. Geen tijd om te rouwen met elkaar. Het was een groot spook van corona. Dat heeft veel mensen genekt. Ze geven het wel een plek, maar heeft het extra wonden geslagen.” Cornelissen: “Die hele voorbereiding van een afscheid is een belangrijk onderdeel van de verwerking. Dat moest wachten, maar het kon niet wachten. Bij uitvaarten mochten er een tijd lang maar dertig mensen zijn. Familie, vrienden, buren; dat red je nooit. We hebben meteen aangeboden om uitvaarten ook te streamen.” Slaar: “Dan merk je ook dat het sociale gedeelte van een dienst het hardst wordt gemist.” Cornelissen: “Een man vertelde me dat hij naar een crematie van een naaste was geweest. Na afloop kon hij een beker koffie pakken en die in de auto opdrinken. Niemand verder gesproken. Hij vertelde: ‘Ík reed naar huis en ik dacht: ‘wat is me nou toch overkomen; een beker koffie en iedereen vervolgens zijns weegs’.”

In de tuin

Slaar stelt zich zo veel mogelijk gehouden te hebben aan de voorschriften. Dat betekende zo weinig mogelijk fysiek bezoek. Cornelissen vertelt dat hij iets ongehoorzamer is geweest. “Het scheelde ook dat we na maart 2020 mooi weer hadden. Dan gingen we langs bij de familie. Drie, vier personen en ik om de uitvaart door te nemen. Maar dat kon dan vaak buiten. En als het minder mooi weer was en er geen grotere ruimte beschikbaar was, spraken we af in de pastorie. Face-to-face de dienst doornemen en luisteren naar de verhalen. Ik weet nog dat ik het verzoek kreeg om het laatste sacrament toe te dienen aan een man in het ziekenhuis, die corona had. Ik kreeg beschermende kleding aan, een schort om, dingetjes om de schoenen, een mondkapje, een bril, een muts, handschoenen. Ik stond er helemaal ingepakt. De zalving moest met een wattenstaafje. Ik heb die man nog gesproken, we hebben ook samen gebeden, maar toen ik naar huis reed, voelde ik me ontzettend ongelukkig. Alle kleren gingen thuis meteen in de was. En daarna onder de douche. Dat was de eerste keer dat dat gebeurde. Daarna wist ik het wel een beetje. Maar je krijgt wel angstige gevoelens. Je wilt niet besmet raken en het virus vervolgens aan anderen overbrengen. We laten iedereen in de kerk nu op anderhalve meter zitten. De communie deel ik uit met een pincet. Een groot ding, een eucharistisch pincet noemen ze het. Naar het schijnt stamt het gebruik daarvan nog uit de Middeleeuwen; de tijden van de pest.”

Onzekerheid

En de afgelopen periode zorgt bij de twee ook voor onzekerheid over de toekomst. Want als alles weer normaal is, wie blijft er dan naar de vieringen komen, nu online ook al bijna normaal is geworden. Slaar: “Ik vind dat spannend. Anderzijds hebben we door het digitale gebeuren ook een groter bereik gekregen. En meer mogelijkheden. Je kunt werken met YouTube-filmpjes, muziekclips. Het is niet alleen maar verlies, ook winst. Meezingen kan alleen niet. Dat is erg jammer.“ Cornelissen: “Bij ons mag dat nog wel, maar ze zingen dan toch vaak wat zachter mee dan bij jullie; wat meer binnensmonds.”

Kader met raster: Koren

Beiden benadrukken het: ook de toekomst van de koren is een punt van zorg. “Ik zie koren die nu door de hoeven zakken”, stelt Cornelissen. “Twee jaar lang hebben ze amper kunnen repeteren. Er zijn veel leden wat anders gaan doen. Wandelen bijvoorbeeld. Enkele koren gaan het niet redden.” Slaar: “Ik denk dat vooral de traditionelere koren het moeilijk gaan krijgen. De leeftijd daar is hoger. Weinig aanwas van onderen. Dan valt er veel weg. Ik denk dat de wat jongere koren het wel overleven.”