Babyblog december: De tropenjaren

De vertaling van de Van Dale op: tro-pen-ja-ren is: bijzonder zware, slopende jaren. De eerste jaren met kinderen worden tropenjaren genoemd. Met de geboorte van Wout heb ik met regelmaat gedacht: Waar doet iedereen nu zo moeilijk over? Hoezo moe? Het valt allemaal toch reuze mee? Nou, ik weet er inmiddels alles van…

Waar Wout met drie maanden al lang en breed doorsliep van zeven tot zeven, is dat bij Youp wel anders. Het is overdag zo’n ontzettend vrolijk kindje en al zo lief voor zijn broertje. Je hoeft niet eens je best te doen en hij begint lang en breed te lachen. Daar kan ik zo van genieten! Maar dat doet hij ‘s nachts om één, drie en vijf uur ook. Daar zit ik dus echt niet op te wachten. Overdag laat hij met gemak vijf uur tussen de voeding, maar bij het aantreden van de nacht begint de ellende. Wat dat betreft, lijkt hij precies op zijn pa, ook altijd wakker ‘s nachts. Tijdens mijn verlof was dit allemaal nog wel prima te handelen. Als de oudste bij de opvang was, kon ik met gemak een paar uurtjes slaap inhalen omdat we samen op de bank lagen te knuffelen. Nu ik weer moet werken is het andere koek. Ik heb slechte concentratie, ik ben kortaf en heb de hele dag door een vage hoofdpijn. De liters koffie die ik elke ochtend naar binnen werk, lijken totaal geen effect te hebben. Waar Tom en ik door het slaaptekort ook kortaf en boos op elkaar werden, hebben we uiteindelijk toch een gezamenlijke conclusie getrokken: we hebben er allebei de pest in dat Youp niet doorslaapt.

We hebben alles al geprobeerd om Youp te laten doorslapen. Johannesbroodpitmeel, rijstebloem, gewoon granenpap, wakker maken voor de avondvoeding, juist niet wakker maken voor de avondvoeding, borstvoeding, borstvoeding uit de fles, verschuiven van de tijden, noem het maar op. Werkelijk niets gaf meer structuur en ritme. Youp doet maar wat. Er is geen touw aan vast te knopen. Wat dat betreft lijkt hij weer precies op zijn moeder, die doet ook maar wat.

Inmiddels slaapt Youp ongeveer vier à vijf uur achter elkaar. Echter wel van zeven tot twaalf uur ‘s nachts. Dus als je zelf nét wilt gaan slapen, wordt Youp weer wakker. Nou ja, laat ik het goed zeggen: als je net vijf minuten je ogen dicht hebt. Dat houdt niemand vol, ook ik niet. Dus na Sesamstraat gaat moeders zelf ook maar naar bed om nog enigszins enkele uren te slapen.

De eerste tijd was ik hevig in verzet. Het moest toch te organiseren zijn om dat slaapje naar de nacht te verschuiven? Accepteren en mij eraan toegeven bleek toch stukken beter te werken. Bakje yoghurt mee, de nieuwste afleveringen van Expeditie Robinson en met de voetjes omhoog op bed. Je sociale leven en het huishouden worden niets, maar deze rust en slaapuurtjes zijn erg waardevol. De nachtelijke Whatsappjes met andere moeders met dit gedeelde leed ook. Een beetje klagen ‘s nachts is heerlijk, moet ik zeggen. Het voelt toch fijn om met lotgenoten te wachten op betere tijden.

We proberen deze last eerlijk te verdelen. Dit komt er in de praktijk op neer dat ik vanaf de logeerkamer, hopend op extra uren slaap, alsnog Tom moet roepen dat hij nu echt aan de beurt is. Die hoort geen enkel geluidje en slaapt vrolijk door. Als hij dan ‘s nachts ook nog in mijn ogen zinloze vragen stelt als: “Waarom is hij wakker dan?”, “Heeft hij honger?”, brandt mijn al korte lontje nog verder op. Youp praat in principe al zes maanden niet en hetgeen wat hij brabbelt, daar is geen woord van te kleien, dus ik heb ook geen idee waarom hij wakker is. Ontzettend irritant, vooral omdat ik er eigenlijk enorm jaloers op Tom ben. Niet wakker worden van de geluidjes van je zoon. Toch maar eens aan zijn kant van het bed gaan liggen, want daar hoor je blijkbaar niets…