Home / Algemeen / Verdwijnt God uit Salland; wat moeten de buren wel niet denken?

Verdwijnt God uit Salland; wat moeten de buren wel niet denken?

Getuigenissen uit Salland over de ontkerkelijking: over rebellie en tijden die veranderen

(Door Jos Westenenk en Wouter Groote Schaarsberg)

REGIO – Terwijl de kerk de rest van het jaar slechts een handjevol bezoekers trekt, is het er met Kerstmis (doorgaans) behoorlijk druk. Door de coronamaatregelen bleef het er dit jaar echter ook stil. Maar leger wordende kerken zijn allesbehalve nieuw… Ergens in de jaren zeventig begon, mede als gevolg van de ontzuiling en de hippietijd, de ontkerkelijking; eerst met kleine stapjes, maar die werden allengs groter en de laatste jaren lijkt het erop dat er geen houden meer aan is. De schrijvers van dit artikel gingen in gesprek met een aantal oudere jongeren uit Salland die in de jaren zeventig en tachtig afscheid namen van het geloof.

Tot aan de jaren zeventig hadden de pastoor en het hoofd van de lagere school grote invloed. Hun woord was wet; zij hielden het volk in het gareel. Het geloof was diep verankerd. Wie in de geschiedenis duikt van scholen en het verenigingsleven, zoals voetbalclubs, ziet vaak dat de pastoor bij de oprichting betrokken was. De kerk bracht veel goeds en de pastoor had macht en aanzien. Als er ergens een koe of varken geslacht werd, dat ging het beste stuk vlees naar hem, zonder dat daarvoor betaald werd. Als hij op huisbezoek ging, dan werden de ouders aangemoedigd om voor nog meer nakomelingen te zorgen. Of de ouders financieel gezien wel in staat waren om de kinderen te onderhouden, was nicht im frage… Het was de keerzijde van de medaille. Grote gezinnen waren de norm. Het was een tijd van ora et labora, van bidden en werken en van grote sociale controle. Wie ook maar iets afweek van de norm ging flink over de tong. Dit tot groot verdriet en schaamte van ouders. Wat moeten de buren wel niet denken?

Naakte vrouw

Tony Kogelman woont in Dalfsen, maar is geboren en getogen in Luttenberg. ”Ik kan me een voorval herinneren toen ik ongeveer 14 jaar oud was. In Luttenberg heeft de kerk een voorportaal. Daar, met de klapdeuren half open, waren jongeren onder de mis al zittend aan het kaarten. Tijdens de collecte kwam ook de koster als collectant langs. Hij was niet gecharmeerd van de kaartende kerkgangers en vertelde het verhaal aan de pastoor. De week erop noemde de pastoor vlak voor de collecte de namen van de kaartende jongeren, die vervolgens thuis flink op hun donder kregen.”
Tony ging al snel een stap verder en liet de kerk links liggen en ging in plaats van naar de kerk naar de voetbal of naar de kroeg. Het dorp sprak er schande van. Tony was een zondaar, er zou niets van hem terecht komen. Inmiddels woont hij in het buitengebied van Dalfsen in een prachtig vrijstaand huis en heeft hij goed geboerd met zijn stukadoorsbedrijf
“Ik regelde met wat vrienden bands in het parochiehuis dat toen nog onder het kerkbestuur viel. Op een keer hadden we op een zaterdagavond de band Lemming. Op het podium stond een doodskist met kruizen en brandende kaarsen. Tijdens het nummer ‘Father John’ begon er een rookshow. Plotseling kwam uit de doodskist een naakte vrouw die al dansend over het podium ging. Het publiek reageerde dolenthousiast. Het kerkbestuur reageerde ook, maar bepaald minder enthousiast. De volgende ochtend om 8.00 uur had mijn vader een boos lid van het kerkbestuur aan de telefoon. Om half negen ging opnieuw de telefoon. Weer een boos lid van het kerkbestuur. Toen om 9.00 uur de derde boze kerkbestuurder zich meldde, was mijn vader er wel klaar mee: ‘Ze hoefden niet te kijken’, was zijn reactie. Wat dat betreft nam mijn vader het wel voor mij op. Het was direct de laatste keer dat ik een bandavond had georganiseerd voor het parochiehuis. Ik heb in die tijd steeds aangegeven dat we vooraf geen weet hadden van de act met de naakte vrouw. Nu durf ik te bekennen dat dit een leugentje om bestwil was. Maar ik begrijp nog steeds niet waarom het kerkbestuur zo moeilijk deed. Het was een mooie vrouw, precies zoals God het bedoeld heeft.”

‘Communietjefeestje’

Mathijn Veldkamp uit Luttenberg was een jaar of zestien toen hij een punt zette achter zijn wekelijkse kerkbezoek. “Ik voetbalde bij de A-jeugd. Na die tijd mochten we een biertje drinken. De kerk begon om half zes. Vaak werd het later in de kantine. Zondagmorgen lieten ze me thuis wel eens liggen. Zo sloop het erin. Maar het begon al eerder. Ik ben nogal een sportman. Zaterdag om zes uur was het Duitse voetbal op tv. Dat wilde ik altijd zien. Na de communie ging ik stiekem de deur van de kerk uit. En dan was het thuis: ‘Wat was de kerk vroeg afgelopen?’ En ik: ‘Ja, ja, het was een korte mis.’ Het is wel eens gebeurd dat ik tijdens de mis woordjes zat te leren voor een proefwerk. Een lijstje mee, dat drukte ik in het misboekje, en stampen maar.”
“Mijn ouders hebben er nooit heel veel van gezegd. Mijn ma vond het jammer en zei wel eens dat ik wel een keer weer kon gaan, maar ik had er niet zoveel mee. De rest bij ons thuis was wel redelijk kerks, ik was daarin eigenlijk de enige. Het was voor mij altijd een soort verplichting. Je pakte het misboekje, maar luisterde je naar wat er gezegd werd? Nee… Maar als ik nu naar een begrafenis ga, kan ik nog steeds alles opdreunen.”
“Inmiddels heb ik me uit laten schrijven bij de kerk. We hebben onze kinderen daarom ook bewust niet gedoopt. Veel van mijn generatiegenoten in Luttenberg, die ook niet of nauwelijks naar de kerk gingen, hebben dat nog wel laten doen. Wanneer je niet gedoopt wordt, mag je ook niet meedoen aan de eerste Heilige communie. Een gebeurtenis waar de kinderen erg naar uitkijken. Toen de klas van onze oudste aan de beurt was, hebben wij met een aantal andere ouders die hun kinderen ook niet gedoopt hadden, een eigen feest georganiseerd met als titel ‘Communietjefeest’. Als bonus kregen de kinderen een mobieltje. Ze hadden de grootste lol en gingen de volgende dag met de nieuwe mobieltje weer naar school, waar niet de eerste Heilige Communie maar de mobieltjes het onderwerp van gesprek waren.”
“Het was voor mij een natuurlijk proces. Kijk naar de oorlogen in de wereld. Die hebben vaak met het geloof te maken. Het ene moment ben je elkaars beste buren, het volgende moment sta je elkaar naar het leven omdat de een christelijk is en de ander moslim. Dan denk ik, laat een ander in de waarde. Gun een ander wat!”

Ergens is er iets

Erik Bloeme uit Haarle is een uitgesproken man. Een metalhead. Hij zal zichzelf niet meer overtuigd christen noemen, maar wat opvalt, is dat hij erg mild praat over het geloof. “Ik was vroeger acoliet. Mijn oma woonde bij ons gezin in. Zij vond dat prachtig. Mijn moeder ook. Ik had er ook nooit een hekel aan. Ik was als acoliet ook altijd erg gefocust. Wat je doet, moet je goed doen. Maar het begon me toen ik een jaar of 15 was steeds meer op te vallen dat het altijd hetzelfde was. Het werd een toneelstukje. Ik haalde er geen voldoening meer uit. Zo verloor ik mijn interesse. Niet vanwege verzet tegen de kerk, maar het voegde voor mij niks meer toe. Toen ik op de lagere school zat, was ik al misdienaar. Dan mocht je weg van school als er een begrafenis was. Met de dood had ik helemaal geen moeite. Sterker nog: afgelopen november is mijn vader overleden. Hij stierf toen Laura en ik bij hem op bezoek waren. Zijn hand in de mijne. Ik was op hem aan het inpraten. Dat het goed was, dat hij een goed voorbeeld was geweest. Laura en ik hebben hem samen afgelegd. Dat was al gebeurd voordat de mensen van de begrafenisvereniging er waren. Daar haalde ik heel veel voldoening uit. Ik ervaarde het als iets moois.”
“Mijn moeder had er vroeger moeite mee dat ik op een gegeven moment niet meer naar de kerk ging, maar ze snapte het ook wel. Nogmaals, het kwam bij mijn niet voort uit verzet. En daar was mijn moeder dan weer duidelijk over: als je er niks mee hebt, dan moet je niet meer gaan. Bij mijn kameraden was het wat meer uit verzet. Die bleven soms buiten staan en vroegen de kerkgangers dan na afloop wie de mis gedaan had. Die behoefte voelde ik niet. Ik geloof zelf niet echt meer, maar soms twijfel ik ook. Ik weet honderd procent zeker dat mijn vader nu op een goede plek is. Dertig jaar geleden heb ik een kameraad verloren. Hij had zelfmoord gepleegd. Ik hoop dat ik hem ooit nog eens weer spreek. Dat we dan bij kunnen praten. Anderhalf jaar geleden is hij alsnog gecremeerd. Ik weet waar zijn as ligt. Daar fiets ik nog regelmatig langs.”
Heavy metal is een genre dat bekend staat als antichristelijk, maar daarin is Erik nooit meegegaan. “Ik heb geen problemen met religie. Wel als ze je het gaan opdringen. Maar de metal is een hele tolerante scene. Als je in een Maidenshirt naar Slayer gaat, is er niks aan de hand. Maar ga eens in een Feyenoordshirt naar Ajax. Ze trappen je de kop in elkaar. Ze zullen me wel uitlachen, maar ik zie muziek als de modernste vorm van religie.”
“Op vakantie loop ik nog wel eens een kerk in. Dat is ook een stukje bouwkundige interesse. Dan steek ik ook altijd een kaarsje aan. Dat klinkt misschien hypocriet, maar dat doe ik wel.”

Metal is religion

Peter Miljoen komt uit Raalte. “Toen ik een jaar of twintig was, had ik verkering met een hoogblonde meid met een nogal opvallend voorkomen. Ze was om het maar zo te zeggen een eyecatcher. Toen ik er een keer niet onderuit kon om naar de kerk te gaan en haar meenam, waren de ogen van de gelovigen meer op haar gericht dan op meneer pastoor. In de Kruisverheffing was het op de achterste kerkbanken aan de zijkanten een anarchie. Er zaten mensen met de rug naar het altaar gewoon met elkaar te kaarten. Een aantal kameraden van mij was ook niet van de kerk. Samen trokken we de stoute schoenen aan om in plaats van naar de kerk naar café Zwakenberg te gaan. Daar zaten op de zondagmorgen ook wat zware jongens uit Raalte. Hun verhalen vonden we veel boeiender dan die van de pastoor die wekelijks hetzelfde verhaal afstak.”
Peter werd in die jaren, net zoals veel andere jongeren in Salland, fan van heavy metal. Peter. “In de metalscene heb je veel bands die zich afzetten tegen religie. Iron Maiden (met het nummer For the Greater Good of God) en Rotting Christ (met het nummer In the Name of God) zijn van mening dat religie mensen aanzet tot geweld. Als je nog verder zoekt in de duistere kelders van de metal dan kom je Scandinavische blackmetal bands tegen zoals Mayhem, Burzum en Gorgoroth. De Noor Varg Vikernes van Burzum ging wel heel ver in zijn afkeer van de kerk. Hij werd beschuldigd en veroordeeld voor brandstichting in meerdere kerken (en een moord op een bandgenoot, red.). Daarentegen zijn er ook white metalbands die het evangelie verkondigen. Er is zelfs een heuse Metal Bijbel, waarin metalgrootheden vertellen over hun binding met het geloof. Metalbands staan bekend om leden en fans met lang haar. Jezus had ook lang jaar, dus wat dat betreft… Onder metalfans is de uitdrukking metal is religion dan ook erg populair.”

Twee geloven…

Gait Middelkamp, markante Broeklander, van beroep schoorsteenveger: “Als kleine jongen kwam ik veel in de kerk. Gevraagd en ongevraagd. Gevraagd als misdienaar. Als er doordeweeks een begrafenis was, kreeg je als misdienaar vrij van school en ook nog eens een rijksdaalder. Dat paste me.” Ongevraagd kwam hij er om duiven te vangen, die via een luik naar binnen waren gevlogen. “Via de regenpijp klom ik door dat luik naar binnen, ving de duiven en verkocht die. Mooie handel was dat.”
Gait kan zich het moment nog goed herinneren toen hij de katholieke kerk verliet. “Ik was rond een jaar of zestien/zeventien, zat steevast in de achterste banken en daar was altijd veel rumoer en gepraat over de voetbal en het uitgaan. Dat irriteerde de pastoor. Hij onderbrak de mis en gaf luid en duidelijk aan dat we stil moesten zijn. Als we niet naar hem wilden luisteren, dan had hij liever dat we naar de overkant (het café) gingen. Ik ben toen opgestaan en weggelopen, de pastoor en de overige kerkgangers in verbijstering achterlatend. De eerste afvallige verliet de kudde. Mijn helaas inmiddels overleden ouders waren daar uiteraard niet blij mee, maar waardeerden wel mijn eerlijkheid. Toch heb ik daarna nog wel contact gehouden met de pastoor. Met oud en nieuw gingen we een keer bij hem een borrel drinken. Eentje van ons koppel vond het nodig om daar vuurwerk af te steken, met als gevolg dat de vloerbedekking in de fik vloog. Met sherry hebben we toen het vuur geblust. Als het in die tijd onweerde, dan moesten we het bed uit en op de knieën bidden. Ik zei toen tegen mijn moeder: ‘Hoe harder je bidt, hoe harder het gaat onweren, laten we toch stoppen met bidden’. Of het allemaal nog niet erg genoeg was, kwam ik ook nog thuis met een protestantse meid. Mijn vader was hels. ‘Jongen, twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’. Ik zei tegen hem: ‘Ik kan toch niet bij iedere mooie meid die ik zie, eerst vragen welk kruis ze draagt’. Inmiddels ben ik meer dan dertig jaar getrouwd met deze dame en als er één was die goed met haar kon opschieten, dan was het mijn vader wel.”
Gait vindt het fantastisch hoe nu in Broekland de plannen opgepakt worden om een herbestemming aan de kerk te geven. “Ik ben geen man van vergaderen en van de papieren, maar als er straks werk verzet moeten, dan steek ik met liefde mijn handen uit de mouwen. Ik hoop dan ook dat het geld dat vanuit Broekland is geschonken aan de kerk, in Broekland blijft. Moet er niet aan denken dat we de kerktoren moeten missen in ons mooie dorp.”

Zwijgplicht op kerkkoor

Wijnand Reimink, geboren in Zwolle, getogen in Heeten en tegenwoordig woonachtig in het buitengebied van Nieuw Heeten: “Ik ben van huis uit katholiek. In tegenstelling tot veel van mijn leeftijdsgenoten hoefde ik van mijn ouders niet naar de kerk. Wat dat betreft, was ik een zondagskind. Mijn ouders hadden een café en in het weekend geen tijd om naar de kerk te gaan. Dus ik hoefde ook niet. Mijn broer wilde echter wel bij het kerkkoor. Dit alleen vanwege het jaarlijkse reisje. Na de eerste repetitie werd het duidelijk: hij mocht bij het koor blijven, maar dan onder de voorwaarde dat hij zijn mond stijf dicht hield. Zelf kom ik alleen met rouw en trouw in de kerk en ben ik er ook zelf getrouwd. Ik had daar geen problemen mee. Om alleen buiten de kerk staan te wachten terwijl je aanstaande vrouw voor het altaar staat, vond ik ook zo wat…”

Te biecht bij Gemma

Gemma Veldhuis uit Deventer, geboren en getogen in Luttenberg, werkte begin jaren tachtig op de zondagmorgen bij Elckerlyc, het parochiehuis in Luttenberg. “Ik stond daar achter de bar. Om acht uur was de eerste mis. Na de kerkdienst kon er dan koffie gedronken worden. Iets voor acht uur ging ik er dan naar toe. Eerst schoonmaken, want in de keuken was het af en toe nog een goddeloze bende van de avond daarvoor. In die tijd stond Elckerlyc bekend als de rocktempel van het oosten; er waren vaak concerten. Al snel zagen jongeren dat het licht brandde in Elckerlyc en gingen daar naar binnen in plaats van de kerk. De meesten waren nog duf en halfdronken van de vorige avond. Na een paar glaasjes cola moest er echter weer bier in en kwamen de verhalen over de vorige avond los. Soms waren er ook jongeren die thuis problemen hadden, de vorige avond een blauwtje hadden opgelopen of ergens anders mee zaten. Ik kreeg dan als 16-jarige deze verhalen vertrouwelijk te horen en soms vroegen ze mij ook om raad. Blijkbaar vonden ze dat prettiger dan advies te vragen aan de pastoor. Om een uur of elf ging ik sluiten. Er waren er bij die dan de straat overstaken om in het café verder te drinken. Ik vond het een mooie tijd. Wat dat betreft zou ik het leuk vinden als er een keer een reünie georganiseerd wordt.”

Kader met raster: Verdwijnt God uit Salland?

Parochie H. Kruis kondigde in juli van dit jaar aan dat de kerken in Broekland, Haarle, Heeten, Luttenberg, Mariënheem, Nieuw Heeten, Holten en de Pauluskerk in Raalte in de komende vijf jaar hun deuren sluiten, oftewel aan de eredienst onttrokken worden. De basiliek van de H. Kruisverheffing wordt de centrale parochiekerk. Maar hoe beleven de geloofsgemeenschappen dat; wat gebeurt er met het kerkgebouw; wie bepaalt dat; wie heeft nu de kerk eigenlijk betaald en welke rol heeft het Bisdom? Het Weekblad voor Salland gaat in de serie Verdwijnt God uit Salland? (vrij naar het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak) dieper op in. Ditmaal een artikel over de ontkerkelijking. Hoe het geloof vanaf de jaren zeventig/tachtig afbrokkelde en de kerkbanken langzaam maar zeker steeds meer lege plekken lieten zien.

Lees ook

Lezing in Langhuus over stoomhoutzagerij

WIJHE – Stichting Wilpsche Stoomhoutzagerij Wilpsche Dijk verzorgt op dinsdag 28 september een lezing in …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.