Richard Slaar heeft vooral vragen

Nieuwe predikant Plaskerk: ‘Het is hier wat meer bourgondisch; daar gaan we lekker in mee’

RAALTE – Of hij streng is in de leer? Richard Slaar, de nieuwe dominee van de Protestantse Gemeente Raalte schudt zijn hoofd. “Nee”, zegt hij. “Ik heb vooral vragen. Hoe zit het met de verhalen in de Bijbel? Wat kun je ermee? Ze zeggen vaak meer dan er staat. Jezus die over het water wandelt; vanuit wetenschappelijk oogpunt kan dat niet. Theologie moet ook wetenschappelijk zijn, vind ik. Maar om het verhaal te snappen, moet je de achtergrond weten. Het staat in het veertiende hoofdstuk van Mattheüs. Het veertiende van de 28. Het is een opstandingsverhaal, een paasverhaal; een voorbode van wat komen gaat met de wederopstanding. Het is het centrum van het evangelie van Mattheüs.”

Afgelopen zondag werd Slaar officieel bevestigd als de nieuwe predikant van de Protestantse Gemeente Raalte (Plaskerk). Hij woont inmiddels in de pastorie met zijn vrouw José en kinderen: Pepijn (13), Marthe (11) en Noralie (10). Dominee worden wilde hij al van jongs af aan. “Ik kom uit Duitsland”, vertelt hij. “Uit het plaatsje Emlichheim in de graafschap Bentheim, vlakbij de grens bij Coevorden. Als kind was ik al heel geïnteresseerd in de verhalen in de Bijbel. Toen ik een jaar of negen was, viel het een vader van een schoolvriend op dat ik daar aardig wat kennis over had. ‘Jij wordt later vast dominee’, zei hij. Ik heb dat nooit vreemd gevonden. Ik heb nooit wat anders gewild.”

Hij volgde zijn opleiding tot predikant aan de Theologische Universiteit in Kampen. Die periode daar zou hem vormen. “Ik kom uit de generatie waarbij het nog mogelijk was om uitgebreid te studeren”, vertelt hij. “Ik heb gestudeerd van ’88 tot ’99. Het was een heerlijk leven met veel vrijheden. Ik heb in die jaren ook heel veel gewerkt, waardoor het betaalbaar bleef. Zo werkte ik voor een universitair blad en daarnaast heb ik als zorgkundige gewerkt voor Philadelphia; een zorgorganisatie die zich richt op ernstig, vaak meervoudig gehandicapte mensen.”

Na zijn tijd in Kampen ging hij als predikant aan de slag in Midwolda (6 jaar), Workum (3,5 jaar) en Onstwedde (11 jaar). Zijn ervaringen bij Philadelphia en het universiteitsblad nam hij mee naar zijn gemeenten. Hoe? “Dat je moeilijke dingen gemakkelijk moet zeggen. Eenvoud vinden, korte zinnen maken. Dat universitaire blad was vooral wetenschappelijk. Ik redigeerde artikelen van anderen. Maar die wetenschappelijke benadering zit er bij mij dus ook in.”

Joodse aanpak

Of hij dan gelooft dat Jezus daadwerkelijk is opgestaan uit de dood? “Ik vind die vraag niet eens heel erg belangrijk. Wetenschappelijk gezien kan dat niet. Je kunt er tientallen boeken mee vullen, maar je weet het niet. Maar het gaat mij erom wat het verhaal betekent: het is goed, maak je geen zorgen over de dood, er wordt voor je gezorgd.” Als we opmerken dat hij vraagtekens lijkt te plaatsen waar anderen dogma’s centraal stellen, zegt hij: “Een dogma is een leerstelling. Daar is niks mis mee, maar wat mij betreft begint alles met vragen, antwoorden zijn schaars. Het is een beetje de Joodse aanpak: stel vragen. Op elk antwoord kun je duizend nieuwe vragen verzinnen. De tijd van de kant en klare antwoorden is een beetje voorbij.”

Zeven dagen

“Geloof en wetenschap kunnen best naast elkaar bestaan”, zegt hij. “Ik geloof niet dat de wereld in zeven dagen is geschapen. Vanuit natuurwetenschappelijk standpunt is dat best onzinnig. Maar er zijn ook aanwijzingen dat dat niet geschreven is als feitelijk verslag, maar als loflied op de schepper.” En hij geeft het toe: sommige verhalen uit de Bijbel zijn vanuit ethisch oogpunt best een beetje ongemakkelijk. “God die Abraham opdraagt zijn zoon Isaak te offeren; daar heb ik moeite mee. Maar als Isaak vraagt waar het offerdier is, zegt Abraham: ‘De Heer zal erin voorzien’. Een smoesje ook, in de context van het verhaal, maar je kunt het ook lezen als dat Abraham erop vertrouwt dat God het niet zo ver zal laten komen. Ik denk dat het verhaal daar om draait. Ik neem de Bijbel niet helemaal letterlijk, die verhalen zijn opgeschreven om er iets mee te kunnen.“

Doopdienst

Raalte kende hij al via vriendin Karolien Zwerver, zijn voorganger. “Zodoende had ik hier al een keer een doopdienst geleid. Die was voor het zoontje van Karolien. Toen zij haar vertrek aankondigde, besloot ik het in de gaten te houden. Ik was inmiddels al elf jaar predikant in Onstwedde. Dat beviel heel goed, maar ik wil me ook blijven ontwikkelen. De Protestantse Gemeente Raalte zocht een dorpsdominee. Dat vond ik al heel prettig. Dat wil ik ook zijn. Die hartelijkheid spreekt me aan. In Workum stond ook een grote katholieke kerk. Ik ben er dus al aan gewend om samen te werken met andere geloofsgemeenschappen. In Onstwedde waren de mensen vaak héél kerkelijk, hier is het wat meer bourgondisch.” Hij begint te lachen: “Daar gaan we lekker in mee.”

Geen wondermiddel

Hij weet het: de landelijke ontkerkelijking is in volle gang. Concrete ideeën om die te stoppen, heeft hij ook niet direct. “Er is geen wondermiddel, anders was dat overal al ingezet. Ik wil mezelf zijn, goed zijn in wat ik doe en dan wordt dat vaak wel aangenomen. In mijn vorige gemeenten had ik niet veel afhakers. Het is deels ook een natuurlijk verloop van de generaties. Boven vallen er altijd mensen weg, maar onderaan komen er niet veel meer bij. Wat ik Raalte wil brengen? Een creatieve geest en bemoediging: heb lief, houd vol, houd moed, daar is een reden voor…”