Rick Evers: Beste buren

Jullie zijn heel aardig. Echte schatten. Allemaal. Nou ja, sommigen van jullie zijn rare snuiters, maar dat ben ik zelf ook. Er is alleen één ding dat ik met jullie wil bespreken. Dat doe ik even op deze manier, dan heb ik jullie allemaal ineens te pakken. Maak ook gerust een foto van deze column en deel hem met de buren.

Werkzaamheden in de voortuin. Daar gaat het om. Jullie zien me daar regelmatig bezig. Handschoentjes aan, emmertje in de hand, petje op. Soms zie ik er ook heel shabby uit. Een korte broek met verfvlekken en daar laarzen onder. Geen gezicht, weet ik. Maar daar gaat het allemaal niet om. Het gaat erom dat jullie me steeds van het werk afhouden. Jullie allemaal.

Goed bedoeld natuurlijk, even een praatje maken met de buurman. Maar als ik bij elke tuinklus tien minuten met alle buren sta te ouwehoeren, doe ik drie dagen over een beetje onkruid weghalen. Ik ben er gewoon niet zo van. Zeg liever alleen gedag. Een zinnetje in het voorbijgaan mag ook. Maar ga dan ook vooral voorbij en blijf niet staan. Ik vind jullie dan nog net zo aardig. Echt.

De kletspraatjes komen in allerlei variaties. Gelul over het weer, coronapraat, algemene interesse (‘alles goed buurman?’), het komt allemaal voorbij. Mijn persoonlijke ‘favoriet’: eerst mij een half uur van het werk afhouden en dan afsluiten met: ‘maar ik hou je niet langer van het werk’.

Misschien is het mijn schuld en moet ik vaker bij jullie langsgaan. Even op de koffie. Spritskoekje erbij. Pakken we meteen alles mee. Het weer, corona, hoe het gaat, de hele rambam. Dan wil ik daarna graag ongestoord de paardenbloemen tussen de lavendelplanten weghalen en het klaver tussen het grind. Zonder kletspraatjes. Deal?