Home / Nieuws / ‘Door het oog van een naald’

‘Door het oog van een naald’

Frank Freriksen uit Raalte schrijft boek met de oorlogservaringen van zijn ‘derde oma’

RAALTE – Verwacht geen grote woorden over heldhaftige verzetsdaden in de oorlog, maar wel in gewone, nuchtere taal geschreven verhalen over belevenissen die stuk voor stuk tot gevangenisstraf, deportatie of de dood van de Amsterdamse Mattie (Maatje) Ossenkoppele-Harthoorn hadden kunnen leiden; de titel van het boek ‘Door het oog van een naald’ is door schrijver en samensteller Frank Freriksen uit Raalte niet voor niks gekozen. Het boek is inmiddels is verschenen.

Met een illegale zender achterop de fiets ’s nachts illegale krantjes rondbrengen of voedselbonnen bij onderduikgezinnen, met een joods meisje in de trein naar een onderduikadres, een verboden bezoek aan het beruchte kamp Westerbork om een opgepakt schoonzusje kleren te brengen; het wordt allemaal rustig en kalm zonder veel poespas verteld. Het door de Sterrestichting (genoemd naar de in 2007 jong overleden Sterre Freriksen) uitgegeven boek heeft een lange voorgeschiedenis.

De vijf jaar geleden overleden Mattie Ossenkoppele-Harthoorn is namelijk de oma van Petra Hendriks, echtgenote van Frank Freriksen. Voor een profielwerkstuk voor het Carmel College Salland ging Frank zo’n 10 jaar geleden met zoon Lars naar diens overgrootmoeder in Amsterdam. Die hij zelf al goed kende sinds hij Petra ontmoette en zijn ‘derde oma’ noemde. Alle verhalen werden destijds in beeld en geluid vastgelegd. Het leverde een bijzonder geslaagd profielwerkstuk voor school op. “De trigger bij mij om er nu een boek van te maken, was de herdenking van 75 jaar bevrijding. Eind vorig jaar ben ik hard aan de slag gegaan en nu ligt dit boek er. Omdat we dit niet mogen vergeten”, vertelt Frank.

De familie Harthoorn was al voor de oorlog actief in de arbeidersbeweging en met name in de communistische partij. Broer Kees Harthoorn vocht in Spanje tegen Franco, werd in de oorlog in Nederland opgepakt en stierf net voor de bevrijding op 3 mei 1945 toen het Duitse schip Cap Arcona waarmee hij getransporteerd werd, bij vergissing door de RAF tot zinken werd gebracht. Een andere broer, Wim Harthoorn, zat bij de grootste verzetsgroep van Den Haag, werd opgepakt, maar overleefde onder meer de concentratiekampen Buchenwald en Dachau. In 1963 schreef hij het verzetsboek ‘Verboden te sterven’. Een jonger zusje, Jopie, moest jarenlang onderduiken na de arrestatie van haar man Piet, een van de organisatoren van de Februaristaking. En haar man Jan Ossenkoppele was als ‘Jan van der Veen’ lid van de KP (Knokploeg) in Den Haag.

De Waarheid

Tegen die achtergrond gezien was het bijna normaal te noemen dat Mattie, ze werkte als naaister en coupeuse, als jonge vrouw in de oorlogsjaren in het verzet terecht kwam. In haar verhalen in ‘Door het oog van een naald’ doet ze er heel gewoon over. Geen grootse woorden over de strijd tegen de Duitsers of de kapitalisten, maar gewoon de dingen doen die nodig waren zoals het verspreiden van illegale kranten zoals De Waarheid. ‘Je kon zo aangehouden worden, dus je zorgde ervoor dat je het niet in je zakken had. Daarom heb ik zoveel mogelijk de krantjes tussen m’n kleding gestopt.’ Soms is een verhaal bijna komisch, bijvoorbeeld over het rondbrengen van die krantjes ’s morgens heel vroeg met Fransje Borsboom. Dat moest natuurlijk zo stil mogelijk, maar helaas had Fransje alleen klepperschoenen die je van heel ver al hoorde: ‘En hij liet vaak de klep van de brievenbus veel te hard vallen’.

Worteltjes

Enkele keren ging het bijna fout, bijvoorbeeld toen ze op de fiets onderweg naar haar jarige moeder was en door een Landwachter (Nederlander in Duitse dienst) aangehouden werd. Die keek niet verder dan de bloemen en het boek voor haar moeder en zag niet de illegale krantjes daaronder. Een andere keer liet ze na een voedseltocht naar Aalsmeer op de terugweg een spoor van worteltjes achter zich en dat werd door een lid van de ‘Arbeidsjugend’ gezien. ‘Wo komt das her? Aus der luft’, gaf ik brutaal ten antwoord. Ik zei het nog fout ook want het moest von Himmel zijn.’
Bijzonder is het verhaal van haar vergeefse reis met kleding naar het beruchte kamp Westerbork waar haar schoonzus Miep gevangen zat. Doordat de Nederlandse marechaussees niet opletten (‘Te druk met een paar meisjes’) belandde zij tot woede van de Duitse bewakers bij het streng verboden kamp. Later zag ze stiekem een trein met Joodse gevangenen naar de vernietigingskampen vertrekken. Van een NS-man kreeg ze brieven mee die uit de trein waren gegooid om die in het Westen op de bus te doen; ‘Want hier in de omgeving letten ze op brievenbussen’. Die brieven bracht ze persoonlijk rond in Amsterdam. ‘Maar van de meeste adressen was de woning leeg (…).’ Haar schoonzus Miep werd later in Birkenau vergast.

‘Steeds goed’

Zelf bracht Mattie een 7-jarig Joods meisje met een schuilnaam met de trein naar een onderduikadres in Apeldoorn. Toen een andere passagier vroeg of ze niet naar school moest zei dat meisje: ‘Hoe kan ik nu naar school gaan als ik steeds maar van de ene naar de andere tante reis?’ Waardoor iedereen meteen wist wat er aan de hand was. Ook dat liep goed af, ondanks een hoge militair van de Wehrmacht in die trein. Dat is een terugkerend patroon in het boek; alles ging steeds goed, soms ook maar net, maar Mattie doet er nuchter over. Tussen de regels wordt toch heel duidelijk hoe riskant het vaak was en hoe moeilijk het in die oorlogsjaren was. De titel ‘Door het oog van een naald’ is uitstekend gekozen, zowel figuurlijk als met een knipoog naar haar beroep.

Meer info via sterrestichting@gmail.com of Frank Freriksen 06-55923700.

Lees ook

Belangstelling voor streekproducten flink gegroeid sinds maart

HAARLE – Pluimveehoudster Jolanda Kieftenbeld merkte het al eerder; sinds in maart de coronacrisis uitbrak, …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.