Home / Uncategorized / Zondagse Gedachte: Vragen

Zondagse Gedachte: Vragen

De bijbel is Gods woord, wordt er vaak gezegd. God is onaantastbaar en mag niet tegengesproken worden. Hij moet onvoorwaardelijk gehoorzaamd worden.

In de Joodse traditie echter, is het heel normaal om de teksten uit de bijbel ter discussie te stellen. Joodse rabbi’s hadden veel verschil van mening over de betekenis van de teksten en er zijn boeken volgeschreven met hun uitleggingen van de Thora. En soms kun je beter vragen stellen aan God dan hem blindelings te gehoorzamen. Abraham kreeg de opdracht van God om zijn land te verlaten en op reis te gaan naar een onbekende verte. Hij had ook kunnen tegenstribbelen en God vragen waar hij naar toe moest en waarom. Later zegt God dat hij zijn zoon moet offeren. Had hij dat niet beter direct resoluut kunnen weigeren? Mozes vraagt bij de bramenstruik aan God wie hij is en krijgt een vaag antwoord. Had hij niet gewoon door kunnen vragen? Als we willen dat de oude teksten ook ons nog iets te zeggen hebben, moeten we vragen stellen. Vragen stellen aan de tekst en aan God. Als we willen weten wie God is, kunnen we het vragen en vooral ook doorvragen. We kunnen met de bijbel in dialoog gaan en met God discussiëren. Als we dat zouden doen, zou de bijbel dan een niet veel vriendelijker, soepeler boek zijn? Antwoorden zetten ons vast, terwijl vragen ons verder brengen.

De dichteres Marjolijn van Heemstra zegt het zo:

 

Als Mozes had doorgevraagd

Moest ik mijn land verlaten: ik zou blijven.

Stond mijn stad in brand: ik draaide om.

Moest ik mijn kind offeren: ik weigerde.

Zolang jij je niet laat kennen houd ik

benen op de grond, armen om het kind.

Mij scheep je bij geen bramenstruik af

met ‘ik ben die ik ben’, een kleine vlam, een donderstem.

Mozes was iemand van zijn tijd: dankbaar voor het leven,

bang om door te vragen en ook: een man,

die vragen niet zoveel.

Ik was blijven staan bij die struik tot je verscheen.

Geen smoesjes van doeken voor ogen omdat je straling te fel.

Mozes was brandgloed gewend, ik tl.

Kom maar op, zou ik zeggen. Zeg ik nu: Kom maar op.

Als niet Mozes, maar ik bij Horeb had gestaan ging het zo:

 

ik: Wie ben je?

jij: Ik ben die ik ben.

ik: Ik ook.

jij: Ja, jij ook.

 

Dan had ik je aangeraakt en jij mij.

Was de Bijbel geen boek, maar een omhelzing.

 

 

 

Irene Ziegelaar, Wesepe

Lees ook

Natuurbericht: Een dikke bui

Sjaak Bruggeman deelt met enige regelmaat zijn natuurmomenten met ons. En altijd is er wel …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.