Home / archiefcentraal / gerlant rotboer

gerlant rotboer

Sommigen groeten terug anderen lopen door en doen net of ze gek zijn. Weer een andere begon te schelden en noemde mij een rotboer en wilde weten waar ik mij mee bemoeide.

Het was vies, nat en guur weer. Heel soms scheen de zon even met Pasen. Van dat moment heb ik gebruik gemaakt om even een frisse neus te gaan halen hier in de polder. Uitkijkend over de vlaktes richting Zwolle. Genietend van het weidse landschap, zien hoe er in de verte een kieviet door de lucht duikelt, hoor ik hoe de vogeltjes fluiten, zie ik waterkipjes in de sloot zwemmen en verbeeld ik me dat het gras per minuut groener wordt. Dat kan helemaal niet, daar was het te vroeg voor in het jaar, te koud.

Mijn geoefende oog spotte in de verte tegen de spoordijk ook nog even een vos. Dat brutale kreng zie ik steeds vaker overdag en die mensen die het allemaal maar normaal vinden om daar door de weilanden te lopen.

Rotboer, dat laat ik mij niet zeggen. Dan zit je aan mijn genen en na een overbluffende krachtterm neem ik de regie in het gesprek. Laat ze hun verhaal vertellen en weerleg hun fabeltjes met feiten. Een gesprek over megastallen, weidevogels, koeien in de wei en natuurlijk over ‘vroeger was alles beter’.

Vroeger was niet alles beter. Wel anders, maar zeker niet gezonder voor mens en dier is mijn overtuiging. Ik help ze herinneren dat vroeger elk huisje op het platteland een boerderijtje was, met mensen in het voorhuis en dieren onder hetzelfde dak. Dat je bij elk huisje die typische geur van mest en gier had en dat die dieren lagen in het rottende stro, dat wat zij nu aanvoerden als dat het zo goed was. Dat het hele platteland een aaneenschakeling van stinkende bebouwing was. Dat het dierwelzijn in de door hun verfoeide megastal vele malen hoger is dan van die dieren vijftig jaar geleden in dat stinkende, bedompte strohok. En dat het klopt dat er toen meer kieviten en weidevogels waren, maar dat komt om dat ze toen de predatoren zoals vossen, steenmarters, wolven en noem maar op rigoureus bejaagden, uitroeiden. Maar ook dat er toen nog niet zoveel mensen waren die het normaal vonden om zomaar door de natuur te trekken en de habitat te verstoren. Ik wijs op ons groepje wat langzaam aan al uit tien man bestond. Vreemdelingen die nieuwsgierig wilden weten waar deze ‘rotboer’ kwaad om was.

Knettergek
De grootste farce was de stelling dat de landbouwminister zo goed bezig was. Zij was in het nieuws want had ergens de koeien in de weide gezet met de bijbehorende beelden van springende koeien. Plaatjes die het goed doen in de media. Ze zijn knettergek met elkaar is mijn mening. Vroeger keek men naar de natuur. De grond moest opwarmen, het gras moest gaan groeien, de weidevogels hadden een kans om rustig te nestelen. De koeien gingen niet eerder naar buiten dan eind april of begin mei.

Tegenwoordig bepalen de regeltjes en de kalender wat er moet gebeuren. Dan mag je mesten, dan moet je dit en dan dat. Nu moeten de koeien in maart met de Pasen naar buiten omdat het publiek dat zo leuk vind. Kijk eens naar je laarzen, de klei hangt er aan. Kijk eens om je heen, het land is nog nat en de grond is nog koud. Wat moet die koe nu eten? Er groeit niks, het enige wat die doet is de boel kapot lopen. Hij verstoort de vogels net als jullie die allemaal hier door de polder struinen. Kijk eens hoeveel mensen er hier nu al zo zijn. Het probleem is de stadse mens die vervreemd is van de natuur, en zijn wijsheid heeft van Google, denkt dat hij natuur kan vangen in zijn agenda. Het recht heeft om zomaar door weilanden te lopen. En iemand die daar wat van zegt, een ‘rotboer’ te noemen.

gerlant@regiobode.nl

Lees ook

Wiegeliedjes en nachtmerries in Nicolaaskerk

WIJHE – Sinje Kiel en David van Ooijen verzorgen op zaterdag 7 augustus een concert …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.