natuurbericht sluiproute

Het heeft gevroren en daarom kan ik best verder rijden over de anders zo natte bosweg. Bij een druk gebarende man moet ik wel stoppen. Wat is er toch loos? “Ie bint nie goed wies, wil ie de auto kapot heb ‘n?” Zo, dat is er uit. Zijn prachtige hond kijkt me kwispelend aan maar word door het strabaante baasje gemaand om verder te gaan.

Tja, dat word een extra stuk wandelen. Met frisse tegenzin neem ik dan toch maar de sluiproute over het ’s zomers ondoordringbare pad. De ruige vegetatie is afgestorven en verschrompeld tot een dunne bruine broze deken. Een hondsroos met zijn rozenbottels is de enige sta in de weg. De rottende vruchten zijn een belangrijke voedselbron voor vogels en niet voor niets hoor ik kramsvogels in de buurt.

Het gras kraakt onder mijn voeten, iets verderop in de zon is het juist soppig. In de verte draait een zodenbemester zijn rondjes. In het weiland maken nijlganzen veel kabaal. Twee pimpels roepen naar elkaar en twee koolmeesjes doen hetzelfde. Boven mij dwarrelen een groep kokmeeuwen als grote sneeuwvlokken door de staalblauwe luchten. En daar in de wetering staan twee zilverreigers en bij de brug zwemt een paartje meerkoeten. Er is alweer volop drukte en beweging in de natuur. Maar eerst krijgen we de maartse buien nog…