pensionado bed zonder breakfast

Wat een onderwerp: het bed. Ik ga het niet over het liefdesspel hebben, maar deze column gaat over het bed.

Als kind lag je in een eenpersoonsbed met een laken, deken en sprei. In de winter, als de ijsbloemen op de binnenkant van de ramen stonden, kreeg je extra dekens en flanellen lakens. Je sliep met een heel gewicht over je heen.

Ons eerste tweepersoonsbed was van grenen. Een soort kajuitvorm, heel apart voor de zeventiger jaren. Het mooiste was wellicht de naam van het bed: spartelbed. In dat bed van 1.20 m. moest je zeker spartelen voor een beetje ruimte.

Het tweede bed was een echte Auping, aangeprezen door de buurman, die daar destijds werkte. Twee matrassen met een enorme gleuf ertussen. Lovebridges en toppers waren er destijds niet, het bleef een gespleten ergernis. Dan maar spanbanden eromheen, je moest toch wat om er een eenheid van te maken. Lakens en dekens waren al lang verdwenen, het dekbed deed zijn intrede.

Het derde bed is perfect, hoog en laag, een topper erop. Geen ergernissen meer, maar nu…….kan ik niet meer slapen.

De ouder wordende mens heeft minder slaap nodig, dus zo erg is het niet. Draaien, dommelen, dekbed op, dekbed af, dwarrelende denkpatronen. Er is maar een ding wat helpt: hou je ogen dicht, kijk niet op de klok, ontspan……..tot je in dromenland bent beland.  

Johanna van den Berg
Uit het leven van een pensionado

Meer foto's