Home / archiefcentraal / smeekens vol vertrouwen na sterke start

smeekens vol vertrouwen na sterke start

Op de openingsdag van het nieuwe schaatsseizoen maakte Jan Smeekens direct korte metten met zijn nachtmerrie van een jaar eerder. Tijdens de Olympische Spelen waande de Raaltenaar zich voor even Olympisch Kampioen, maar moest hij de titel op 0,012 seconde aan Michel Mulder laten. In Heerenveen versloeg Smeekens Mulder en werd hij Nederlands Kampioen, onder meer dankzij zijn nieuwe starthouding.

Door Maurice Kuipers

“Het NK is een NK en het is altijd gaaf om een snelle tegenstander te verslaan”, gooit Smeekens er direct een cliché uit. Zelf weet hij ook dat mensen nog altijd praten over het minieme verschil tussen Mulder en hem in Sotsji, maar hij probeert het naast zich neer te leggen. “Elke dag denk ik nog aan het moment op de Olympische Spelen, op het NK was het echter weer een totaal andere wedstrijd. Buiten alle gedachten om is het weer een wedstrijd van het hoogste niveau. Als ik aan de start sta, wil ik winnen, dat is bij alle wedstrijden hetzelfde.”

Aan die start verscheen Smeekens in een totaal andere houding dan in voorgaande seizoenen. De Japanner uit Salland past in het nieuwe seizoen een driepuntsstart toe, een starthouding waarbij één hand op het ijs wordt geplaatst. Het is overdreven om te zeggen dat hij goud won vanwege zijn nieuwe starthouding, maar Smeekens is van mening dat hij er zeker baat bij heeft. “Ik denk dat het mijn eindtijd ten goede komt. Op deze manier zit ik direct in de lijn van de versnelling en kan ik beter snelheid maken. Ik ben blij met alle tijdwinst die deze starthouding met zich meebrengt, ook al zou het maar één honderdste zijn.”

Details. Dat is waar het volgens Smeekens ook om draait in de schaatswereld. “Het gaat om de details, ik ben telkens bezig om de kleinste dingen bij te schaven om honderdsten te winnen.” Een nieuwe starthouding is voor iedereen zichtbaar, maar Smeekens heeft, perfectionistisch als hij is, aan tal van onderdelen gewerkt na de Spelen in Sotsji. “Ik verbeter mijn positie, mijn houding, het moment wanneer ik me afzet, mijn valbeweging en de druk op de schaats iedere keer weer. Tijdens trainingen ben ik daar druk mee bezig en herhaal ik het eindeloos, zodat het tijdens wedstrijden vanzelf gaat.”

Al dat trainen en verbeteren doet Smeekens om zichzelf te kunnen trakteren op een topseizoen. Hoewel het begin van het seizoen met de nationale titel veel uitkomst biedt en vertrouwen oplevert, is Smeekens zelf van mening dat hij nog niet op zijn best is. “Ik hoop nog een aantal procent te groeien qua techniek en op conditioneel gebied moet ik ook nog beter worden. Ik ben benieuwd wat er nog te halen valt, maar dat weet ik pas wanneer het er is uitgekomen. Het is nu nog afwachten wat dit seizoen brengt, maar ik hoop in ieder geval dat het weer een mooi spektakel wordt.”

Team LottoNL-Jumbo

Dat spektakel zal zich voltrekken binnen een team waarin Smeekens naast zijn mede-schaatsers ook wielrenners tegenkomt. Binnen Team LottoNL-Jumbo werken de topsporters uit twee verschillende takken van sport samen vanaf dit seizoen. Smeekens denkt dat het veel op kan leveren, maar ziet zichzelf niet samen trainen met wielrenners. “Het leven als topsporter schept een band en daarin kunnen we elkaar motiveren. Ik vind het interessant om te zien hoe de jongens van het wielrennen met wedstrijden om gaan en hoe zij trainen. Voor beide takken van sport is het een goede zaak, maar echt samen trainen gaat niet gebeuren denk ik. We hebben simpelweg belang bij andere trainingsmethoden. Ik zal dus zeker niet achter Laurens ten Dam aan schaatsen of kilometers wegtrappen met Robert Gesink.”

Team LottoNL-Jumbo vooral commercieel interessant

Erben Wennemars kijkt op dezelfde wijze naar Team LottoNL-Jumbo als Smeekens. “Trainingtechnisch gezien betekenen de wielrenners en de schaatsers niets voor elkaar. Sporadisch zullen ze misschien een keer in de zomer samen een toertochtje kunnen rijden, maar er geldt voor beide takken van sport een totaal andere seizoensopbouw. Wanneer schaatsers trainen, hebben wielrenners wedstrijden en andersom. Dat is echter niet erg, want op commercieel gebied biedt het team zeker uitkomst.”

Volgens Wennemars is het combinatieteam aantrekkelijk voor sponsoring, omdat het team het hele jaar zichtbaarheid creëert. Daardoor komt er volgens de sportfanaat meer geld binnen, waar zowel schaatsers als wielrenners van profiteren. Ook is het voor de topsporters fijn dat ze een luisterend oor voor elkaar zijn volgens de ex-schaatser die nu veel hardloopt. “Het bedrijven van topsport is voor hen allemaal hetzelfde proces, ze hebben dezelfde mentaliteit en denken hetzelfde. Het is fijn om met mensen te praten die net zo denken als jij. Ook kunnen trainers data uitwisselen en van elkaar leren. Hoe meer kennis er bij het team is, hoe meer inzichten je krijgt.”

Volgens Wennemars heeft Smeekens het minst aan de samenwerking. “Jan Smeekens is wel de laatste die moet gaan trainen met wielrenners. Hij is een sprinter en moet vooral heel erg explosief zijn. Schaatsers die de tien kilometer schaatsen hebben er meer aan, omdat wielrenners ook duurtrainingen doen. Jan moet dan ook zover mogelijk uit de buurt van Robert Gesink blijven”, sluit Wennemars lachend af.

Lees ook

Inschrijving VechtdalTrail in Ommen geopend

OMMEN – Het was lang spannend, maar met de aangekondigde versoepelingen vanaf 30 juni lijkt …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.