Home / archiefcentraal / van kastje naar de muur voor kinderopvang

van kastje naar de muur voor kinderopvang

Bijna drie maanden. Zo lang hebben Arnold en Marieke Roolvink er over gedaan om passende opvang voor hun vierjarige zoon Jesper te vinden. Jesper heeft namelijk een gedragsstoornis, PDD-NOS. En hoewel alle instanties die bij het Raalter gezin over de vloer kwamen erkenden dat Jesper specifieke opvang nodig heeft, bleek het daadwerkelijk vinden van een geschikte plek bijna onmogelijk. De oorzaak? Ze werden van het kastje naar de muur gestuurd. “Telkens moesten we er zelf alle energie insteken om opvang te vinden. Dat is echt killing,” legt Arnold uit.

Toen Jesper twee jaar oud was, ontdekten Arnold en Marieke dat hun zoon zich anders gedroeg dan andere kinderen van zijn leeftijd. “Als we hem bijvoorbeeld riepen als hij met andere kinderen speelde, reageerden de andere kinderen wel, maar Jesper niet.”

De ouders kregen een tip om te gaan kijken naar zogeheten ‘Integrale Vroeghulp’. Dat is een club specialisten uit de zorg die na observatie kijken of een kind last heeft van gedragsstoornissen. Bij Jesper werd een vermoeden van een autistische stoornis geconstateerd. “Daardoor kregen we informatieve ambulante zorg en Dimence stelde PDD-NOS in combinatie met druk gedrag vast, maar ook een IQ van 127.”

Uit de testen van Dimence bleek dat Jesper vooral wat achter bleef op sociaal vlak. Daarvoor krijgt hij nu bij Trias Jeugdhulp twee dagen per week behandeling van specialistische begeleiders. Mede om hem beter voor te bereiden op de basisschool. “Over dit traject en de ondersteuning van Trias Jeugdhulp zijn wij erg tevreden.” Maar met de basisschool op komst, was er voor de werkende ouders een nieuwe uitdaging: Er was voor twee dagen buitenschoolse opvang nodig.

Gesprekken met Trias Jeugdhulp en school volgden. Er werd geadviseerd om een gastouderbureau te zoeken in verband met de ondersteuning van Jesper in een kleinere groep. De boodschap die ze daar te horen kregen was kort: “Wij hebben niemand voor jullie.” Het halen en brengen naar school werd een probleem, ze zouden geen kennis van autisme hebben of combinaties met andere kinderen waren niet wenselijk. “We waren dus nog geen steek verder.”

Een suggestie van een gastouderbemiddelingsbureau was om contact te zoeken met een zorgmakelaar. “Jullie moeten Jesper niet naar een gastouder brengen,” luidde het advies. “Jullie kind heeft specifieke opvang nodig.” De suggestie om een ZZP’er in te huren volgde, maar dat is erg duur. Arnold: “Dit was mogelijk middels zorg in natura. Geen geld (PGB), maar zorg. Dat is precies wat we zoeken. Dat moest echter toegekend worden door Bureau Jeugdzorg.”

Jeugdzorg verwees Roolvink terug naar Trias Jeugdhulp. “Trias moet bij Jeugdzorg een aanvraag doen voor een indicatie.” Dat deed Trias, ook na nog telefonisch contact met Bureau Jeugdzorg te hebben gehad. Een paar dagen later belde Jeugdzorg. “We hebben een schriftelijk verzoek ontvangen voor een indicatie voor zorg opvang, maar kennen hem niet toe. Er zijn nog genoeg alternatieven.”

“Heel vervelend! Want eerst geven ze de indruk dat het geregeld kan worden en uiteindelijk wijzen ze het toch af”

Zo konden Arnold en Marieke volgens Bureau Jeugdzorg nog richting naschoolse opvang gaan bij Trias (maar dat zou slecht het probleem voor één middag oplossen). Bovendien stelde Bureau Jeugdzorg dat Arnold en Marieke nog in gesprek konden gaan met ouders van toekomstige klasgenootjes van Jesper. Of die geen opvang wilden doen tegen betaling van de normale gastouder vergoeding. “Alsof ik mijn kind met PDD-NOS even aan een willekeurige ouder wil toevertrouwen, die geen kennis heeft van autisme en bovendien niet eens ingeschreven staat als gastouder met de daarbij geldende regels en wetten. Dat schoot bij ons in het verkeerde keelgat.”

Arnold en Marieke belandden op een dood spoor. Het leek erop dat hun Jesper nergens geschikte en tevens betaalbare opvang kon krijgen. Tot Kinderopvang KOOS kwam met nog één gastouder. Kinderopvang KOOS heeft veel betrokkenheid getoond qua begeleidingsvraag van Jesper en zijn, in samenspraak met Trias Jeugdhulp, actief gaan meedenken naar een oplossing. “Als wij zelf onze werkdagen nog een beetje konden schuiven, dan zou er plek zijn. Afgelopen week hebben we daar een goed gesprek gehad. We gaan ervoor!”

“Het schuiven van dagen en het slecht vinden van opvang heeft niet alleen veel van ons gevraagd, ook veel flexibiliteit van onze werkgevers. We mogen blij zijn dat we allebei bij zo’n prettige werkgever werken. Ik kan me voorstellen dat dit in veel bedrijven niet mogelijk was geweest.”

Overigens stelt Arnold dat met het vinden van de opvang voor Jesper de kous nog niet af is. “Nu we buitenschoolse opvang gevonden hebben, zijn we nog niet klaar met Bureau Jeugdzorg. We zijn teleurgesteld in hun betrokkenheid in dit traject. Hoewel zij voornamelijk een coördinerende rol hebben en de meeste zorg wordt uitgevoerd door andere instanties, zou je verwachten dat Jeugdzorg er is om te helpen als het spaak loopt, wat je hier toch wel kunt stellen. Want als de betreffende gastouder zich terugtrekt omdat de opvang van Jesper te veel vraagt zitten we opnieuw weer met de handen in het haar. Daarnaast blijft ook het vinden van een gepaste avondoppas, die de juiste kennis in huis heeft, tot nu toe ook nog een onopgeloste opgave.”

Ondertussen heeft Bureau Jeugdzorg contact gezocht met Arnold en Marieke waarbij ze laten weten dat ze het betreuren dat ze in het begin van het traject niet hebben kunnen aanschuiven om richting de ouders te laten weten waar Bureau Jeugdzorg kan helpen en wat zij van hen kunnen verwachten. Ook het voorval met de afwijzing voor specialistische opvang “had beter uitgelegd kunnen worden”. “Wij zijn ook gebonden aan wetten en regels en voor dat zo’n indicatie wordt afgegeven moet er eerst een heel voortraject zijn geweest”, zo laat Bureau Jeugdzorg weten.

Daarnaast waren zij zich er niet van bewust dat de situatie rondom Jesper alweer duidelijk andere vormen heeft aangenomen dan waarmee het traject in eerste instantie is gestart. “Er is afgesproken om zo snel mogelijk met elkaar om de tafel te gaan om het een en ander glad te strijken en te kijken of de indicatie die nu is afgegeven nog wel past bij de situatie.”, aldus Arnold. “Dit zou een goede leercase kunnen zijn

voor de gemeenten, die per 1 januari 2015 de jeugdzorg voor hun rekening krijgen”, voegt hij er aan toe.

Daarnaast laat Arnold nog weten dat lotgenoten altijd steun kunnen vinden bij het autismecafé Raalte. De eerst volgende bijeenkomst is 17 september 2014 van 19-22 uur bij de Gasterij De Noaber aan de Landrechtweg 2 (Schuilenburg) in Raalte.

Lees ook

TIP Salland over Farmers Defence Force, ouders voor de klas en bezuinigingen

REGIO – De nieuwe vragenrondes van TIP Salland komen donderdag online. De deelnemers kunnen zich …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.