Home / archiefcentraal / aan de fantasie ligt het niet

aan de fantasie ligt het niet

Wat komt er kijken bij het bouwen van een Stöppelhaenewagen? Waar loop je tegenaan? Wat maakt dat drukke mensen bereid zijn om vele tientallen, zo niet honderden uren van hun vrije tijd te besteden aan het vervaardigen van een eigen praalwagen om die vervolgens in een optocht enkele uurtjes aan het publiek te showen? Salland Centraal probeert antwoord te geven op deze vragen. In een speciaal Stöppelhaenejournaal (circa eens per drie weken) volgen we de Raalter wagenbouwgroep ‘Oons Z11’.

Laurens en Philip van den Berg en Gerard Trip vormen samen de technische ploeg van Oons Z11. De drie heren lassen en timmeren de constructie van de wagen en zorgen voor de draaiende onderdelen en de elektriciteit. “Het idee voor deze wagen zat al heel lang in de pen”, vertellen Gerard en Laurens. “We durfden het alleen niet eerder aan om deze te maken. Als we gaan brainstormen, komen de wildste fantasieën over tafel. ‘Dat laten we bewegen, dat laten we draaien, laten we er ook nog een glijbaan bij regelen.” Gerard lacht: “Aan de fantasie ligt het niet. Ideeën genoeg. Maar gaandeweg schrap je plannetjes. Tijd is de beperkende factor!”

De heren zijn in de week na carnaval begonnen met het in elkaar zetten van de staalconstructie. Als basis dient een oude accuwagen. Deze rijdt niet midden onder de constructie, maar aan de linker voorzijde. “De kar is zwaar en sterk genoeg om de hele constructie te dragen”, legt Gerard uit. Dergelijke avontuurlijke constructies maken de wagen wel extra uitdagend. En datzelfde geldt voor het bouwwerk dat over de accuwagen is heen gebouwd. “Toen we het eerste jaar meededen, kozen we voor een traditionele opzet. Een platte wagen met panelen aan de zijkant. Dat is ook net zo gemakkelijk als je de wagen moet beplakken. Die panelen schroef je er zo vanaf. Die leg je horizontaal neer en dan kun je aan de slag. Met een constructie als de huidige, gewoon één grote vorm, is het beplakken wel veel meer werk. Op sommige plekken zullen we onder de wagen moeten gaan staan en het zaad maar gewoon omhoog gooien. Wat dan niet blijft kleven, valt vanzelf wel op je hoofd.”

Of ze zich in de voorgaande jaren wel eens hardop hebben afgevraagd waar ze in hemelsnaam aan waren begonnen? Het blijft even stil. Laurens: “Dat niet echt, maar we hebben wel wat crisissen gehad. De eerste keer dat we meededen hadden we een boog op onze wagen staan. Een week voor de optocht viel ie om. Moesten we grote delen van de wagen weer opnieuw beplakken.” Gerard: “Omdat het de eerste keer zo hard regende, hadden we voor de zekerheid plastic over de wagen getrokken. Maar toen de optocht zou beginnen, moest dat er vanaf. Daardoor kwamen er weer verschillende zaadjes los. Bovendien schoot iemand toen nog met zijn voet door een paneel. Een andere keer kwamen we er tijdens de optocht achter dat het aggregaat te warm was geworden. Uiteindelijk hebben we er omheen wat materiaal weggehaald zodat de lucht er beter bij kon.” Laurens: “En wat dacht je van zo’n twee jaar geleden. Toen hadden we de wagen over een oude tractor gebouwd. Die tractor had echter al een jaar lang stil gestaan zonder tankdop. Er was dan ook flink wat water in de tank geregend. Dat hadden we er allemaal uitgehaald, dachten we, maar tijdens de optocht bleek dat toch niet helemaal het geval te zijn. Toen hebben we nog water moeten aftappen uit de brandstoffilter. Als dat water in de motor terecht was gekomen, was het einde verhaal geweest.”

Het lijkt een leuke verzameling aan crisissituaties, maar de heren laten zich niet zo maar uit het veld slaan. Bovendien maakt de gezelligheid, niet alleen tijdens en na de optocht, maar ook tijdens het bouwproces, veel, zo niet alles goed. “Als we een optocht hebben gehad, is iedereen moe en voldaan. Voorafgaand aan de prijsuitreiking gaan we dan bij één van ons thuis zitten. Biertje erbij en eten van de Chinees op tafel. De kinderen zijn enthousiast, iedereen wacht vol spanning op de uitslag van de optocht, dat zijn altijd mooie momenten. Daarna lopen we met ons allen naar de tent om de uitslag te horen. Vorig jaar hadden we meegedaan als loopgroep. Aangezien het tijdens de optocht nogal regende, hadden we naderhand onze groene shirts uitgetrokken. Die hingen allemaal aan de waslijn te drogen. We wilden echter wel onze officiële shirts aan. Daarom hebben we de hele waslijn meegenomen de tent in. Iedereen lachen natuurlijk. Dat zijn de leuke momenten.”

Lees ook

Carolien Jonkman: Heb jij angst voor de dood?

Een man van bijna 85 jaar vertelde me dat hij op dit moment veel herinneringen …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.