of de burger zijn kop maar wil houden

Commentaar – De Raaltenaar mag niet meer inspreken in de gemeenteraadsvergaderingen. Dat heeft de raad besloten. Inspreken zou een schijnvertoning zijn, zo legde een aantal politici de nieuwe regel uit. Besluiten van de gemeenteraad staan immers vaak voor de raadsvergadering al vast, want men kent elkanders standpunt al.

Oei, oei, oei, hoe ver kun je als politicus gaan voordat er geen wig, maar een onoverbrugbare kloof tussen politiek en burger zit? We hoorden van de week iemand acties tegen de landelijke politiek overwegen. Twee redenen om dat niet te doen: “die eikels luisteren toch niet” en “och, laat ze maar. Die nemen we niet meer serieus. We gaan onze eigen gang wel.” Grappig. Maar vooral ernstig. Heel ernstig.

De Raalter politici hebben ook weer een stap gezet de eerbaarheid van hun beroep richting het rioolpuntje te sturen. Burgers mogen op een raadsvergadering niet meer inspreken, omdat daar de besluiten toch al genomen zijn…

Het is een minachting voor de burger die desondanks zijn mening wil geven. Het is ook een overschatting van je eigen werk. Alsof je besluiten altijd goed zijn, alsof je niet meer hoeft te ‘klankborden’. Het is vooral een grove miskenning van je rol als volksvertegenwoordiger. Als politicus ben je niet meer dan een vooruitgeschoven persoon namens het volk. Lekker handig dat je hen de mond snoert die jou naar voren schoof.

“Nee, nee, nee, zo is het niet”, proberen politici over elkaar heen te rollen bij zo’n conclusie. “Burgers krijgen hun spreekrecht bij de raadspleinsessies”. Maar een burger weet niet eens wat een raadspleinsessie is, laat staan wat de status er van is. Daarom een korte uitleg: een raadspleinsessie heette vroeger een commissievergadering. Omdat iedereen dat snapte is dat veranderd in een onbegrijpelijke naam, maar het idee blijft hetzelfde: de agendapunten van de raad zijn onderverdeeld in domeinen als verkeer, infrastructuur, toerisme, sport enz. Specialisten uit de raad vergaderen daar over. Daarna is nog een commissie financiën – sorry een raadspleinsessie – waarin alle onderwerpen op hun betaalbaarheid nagelopen worden. Daarna komen de onderwerpen in de raad en praten al onze vertegenwoordigers er gezamenlijk over om tot een besluit te komen.

De burger mag nog wel zijn zegje doen in de raadspleinsessie. Niet meer in de raad. Wel je mening laten horen als er nog geknikkerd wordt. Niet als de knikkers verdeeld worden. “Want in de raad is toch al bekend wat het antwoord gaat worden.” Daar kan je dus uit opmaken, dat raadsvergaderingen eigenlijk maar een politiek toneelstukje zijn. Bloedje saai, dat wel. Maar de politici vermaken zichzelf iedere maand weer een avondje opperbest. Ze houden het immers toch al snel vier uur vol, met oeverloos gelul over onderwerpen die een normaal mens geen hout interesseren. En waarbij het antwoord vooraf al gegeven is…

Dat de burger daar niks te zoeken heeft, dat is met het besluit om inspreken te verbieden nog eens bestempeld. Politici willen maar een keer in de vier jaar iets met de burger te maken hebben. Tijdens de verkiezingen. Dan moeten we allemaal op ze stemmen (want het is zo belangrijk), maar daarna wil de gemiddelde politicus helemaal niks meer van het plebs weten. Inspreken in de raad? Burgertje, burgertje, hou liever je mond en kijk lijdzaam toe.

Op Twitter staken direct na het bekend worden van dit besluit de geruchten de kop op, dat het wel eens heel goed zou kunnen dat het verbieden van inspraak in strijd met de wet is. Wie daar meer over weet is bij ons van harte welkom.

logo

Een mening over dit onderwerp? We nodigen je uit te reageren.