jagers doen meer dan alleen maar schieten

Het is nog vroeg op de avond, wanneer een bont gezelschap van mannen zich verzamelt bij zaal Dijk in Lemele. Oud, jong, boeren, burgers en buitenlui, allen gekleed in het donkergroen, gewapend met verrekijker en met een gemeenschappelijke liefde voor de natuur. Vanavond worden de reeën in het vijfduizend hectare tellende jachtgebied van de Wild Beheers Eenheid (WBE) Lemelerberg e.o. geteld. Een hele klus, maar letterlijk en figuurlijk van levensbelang.

Wanneer de groep compleet is, waaieren de leden in kleine groepjes uit over de tientallen jachtvelden, om de aanwezige reestand in kaart te brengen. Wie denkt dat deze telling slechts het voorspel is voor een bloedige schietpartij, heeft het mis. Jagers blijken in de eerste plaats natuurbeheerders te zijn, die er met veel aandacht samen voor zorgen dat de natuur in evenwicht blijft. De tellingen vormen een belangrijk onderdeel van het wildbeheerplan dat de WBE jaarlijks opstelt. Hierin wordt per gebied exact vermeld wat de wildstand moet zijn en hoeveel dieren er het veld moeten ruimen om de natuur in evenwicht te houden. Wanneer dit niet gebeurt, komen er teveel reeën en wordt het risico op bepaalde ziektes onder de dieren groot. Ook zorgt het overstekende wild regelmatig voor ongelukken, met alle gevolgen van dien.

Het tellen gebeurt zorgvuldig en wordt steeds gedaan door een wildbeheerder van een bepaald jachtgebied in combinatie met een beheerder van een ander perceel. “Dat doen we om het zuiver te houden en niet in de verleiding te komen om meer reeën op te geven dan er in werkelijkheid zijn”, zegt Joop Veltmaat, terwijl hij zijn jeep behendig over de smalle zandpaden in zijn gebied stuurt. “Of die verleiding groot is? Nee, zeker niet, we hebben hier reeën genoeg, dus het is helemaal niet nuttig of nodig om dat te doen. We gaan drie keer op pad om te tellen, gisteravond, vanochtend en dan nu weer vanavond. De cijfers worden ingeleverd bij Gerrit Pastink van Landschap Overijssel. Hij telt alles bij elkaar op en brengt precies in kaart hoeveel reeën er zijn en waar ze zitten. Aan de hand daarvan wordt het afschot bepaald.” Volgens Veltmaat is de telling op zich eigenlijk een formaliteit, want de wildbeheerders lopen bijna dagelijks rond in hun gebied en weten precies hoeveel reeën er zitten en op welke plek. “Reeën hebben een actieradius van nog geen vijf kilometer. Door ervaring weet je precies waar ze zitten”, legt hij uit. “Vanavond rijden we kriskras door ‘mijn gebied’, maar ik kan nu al vertellen waar we ze ongeveer zullen zien.” Gedurende de twee uur durende tocht, blijkt dat Veltmaat niet overdrijft. De 26 reeën die we zien, staan precies op de plekken die hij heeft voorspeld. Onderweg komen we her en der kleine veldjes met halfvergane maisstengels tegen. “Dat zijn wildveldjes”, zegt Veltmaat. “In overleg met boeren mogen we in onhandige hoeken van een veld maïs en andere kruiden zaaien, waarvan de reeën kunnen eten. Een soort van bijvoeren dus, waar door de dieren dankbaar gebruik van wordt gemaakt.”

Aan het einde van de avond onthult WBE voorzitter Albert Ekkelkamp de cijfers van de telling: het totaal komt neer op ruim tweehonderd stuks. In tegenstelling tot andere jaren is het totale aantal iets teruggelopen. “Waar dat aan ligt? Ik weet het niet. De strenge winter kan een oorzaak zijn en misschien toch iets van een ziekte. Ook zijn er behoorlijk wat dieren aangereden. Op basis van deze cijfers en die van het afschot van vorig jaar gaan we nu de nieuwe afschotpercentages berekenen. Zo zorgen we er samen voor dat de wildstand in deze regio perfect in evenwicht blijft.”