dennis koopman erft motorracetalent

De appel valt niet ver van de boom. Hans Koopman uit Heino was tussen 1980 en 2000 één van de (inter)nationale topmotorcoureurs in de 125-cc klasse. Maar zoon Dennis (13), kan er ook wat van. Het afgelopen seizoen deed de jongeling voor de eerste keer mee in de NSF 100-cc open klasse voor de jeugd tot pak ‘m beet 17 jaar en Dennis wist zich gedurende bijna dertig wedstrijden tot de derde plek in het eindklassement te racen. “Dennis is een absoluut talent”, aldus een trotse vader. En Dennis? “Ik hoop later professioneel te gaan racen”

Dennis had al wel jaren eerder willen beginnen met de racerij, maar het was Hans die daar een stokje voor stak. “Je ziet in het wereldje jochies die al op hun 6e op de motor zitten. Maar als ze dan eenmaal een jaar of 15 zijn, zijn ze het zat. Ze zijn altijd alleen maar weg. En het gebeurt dan niet zelden dat ze een punt achter hun racecarrière zetten. Dat heb ik met Dennis willen voorkomen.” Dennis vertelt: “Op mijn 8-ste kreeg ik al een minibike, maar van mijn vader mocht ik er pas op 12e op. Dat vond ik zelf wel jammer. Ik heb in het afgelopen jaar dus alles moeten leren. Ik kon nog niet eens schakelen, maar dat heb ik snel onder de knie gekregen.” Maar al met al geen wonder dus dat de eerste races van Dennis niet al te soepeltjes verliepen. Hij maakte enkele lelijke glijders. “Ik heb er nooit problemen mee gehad om daarna weer op de motor te stappen, maar om weer voluit te gaan, daar was ik soms wel wat bang voor.” Maar Dennis talent en de aanwijzingen van zijn vader wierpen hun vruchten af. Zo halverwege het seizoen belandde hij al voor de eerste keer op het erepodium. Uiteindelijk werd hij vier keer derde en één keer tweede. “Ik stond na m’n 29-ste race vierde. Als ik derde wilde worden, moest ik in mijn dertigste race hoog eindigen. Ik wist de jongen die derde stond in het midden van de race te kloppen. Dat was echt geweldig. Dat is mijn favoriete race tot nu toe.” En die derde plaats smaakt naar meer. “Volgend seizoen wil ik eerste worden!”

Wat Dennis tot zo’n talent maakt? “Dennis is bijzonder goed in de regen”, stelt Hans. “Ik heb ‘m een paar tips aan de hand gedaan. Heel veel coureurs hebben moeite in de regen, maar het zit ‘m grotendeels vast op je remwerk. Je moet de rem voorzichtig gebruiken. Niet te hard knijpen. Als je knokkels wit worden, heb je in principe al te hard geknepen. Je moet het stuur ook niet heel hard vasthouden. Laat het maar losjes in je handen hangen.” Dennis: “En natuurlijk remmen voor de bocht en niet in de bocht, want dan ga je alsnog onderuit!” Hans: “Ik heb Dennis ook altijd voorgehouden dat hij er niet als een gek in moet vliegen. Natuurlijk moet je gas geven, maar vergeet niet om technisch te rijden. Wil niet meteen te veel. Een wedstrijd duurt langer dan één ronde!”

Maar als Dennis verder wil komen in de motorsport is er geld nodig. Veel geld. Het volgende seizoen hoopt Dennis ook uit te mogen komen in de speciale talentenklasse van Arie Molenaar Motors. Daarvoor moet je wel geselecteerd worden. “Eind december horen we wat het geworden is” En verder wil Hans een Moriwaki motor aanschaffen. Na het volgende seizoen wordt de 125cc tweetakklasse immers opgeheven. Daarvoor in de plaats komt de 250cc klasse waarvoor de Moriwaki nodig is. Om Dennis dan goed beslagen ten ijs te laten komen, moet die motor er zo snel mogelijk komen. “Want Dennis moet meters maken! Vergeet niet, zo’n Moriwaki gaat al harder dan 200 km per uur. Toen ik zo oud was als Dennis, vond ik een Solexje al hard gaan!”

Dennis’ moeder vindt het gerace soms maar eng. Dennis: “Toen ik voor het eerst een proefritje op een Moriwaki mocht maken, vroeg ze me of ik wel voorzichtig zou doen. Ja, hallo, natuurlijk niet! Als je op zo’n motor gaat zitten, moet je niet voorzichtig zijn. Maar daarna vroeg ze me of ik dan wel zou uitkijken! En dat heb ik haar wél beloofd!”

Voor meer informatie over sponsormogelijkheden kun je contact opnemen met Hans Koopman, mob: 06-50815508.