Home / archiefcentraal / carillon heeft wel degelijk historische waarde

carillon heeft wel degelijk historische waarde

Het carillon van de Kruisverheffing heeft wel degelijk enige historische waarde, laat beiaardier Henk Veldman weten. Zondag verscheen er op deze website een commentaar waarin het argument van de historische waarde in twijfel werd getrokken, want het carillon zou pas in 1974 in de kerktoren zijn gehangen.

Maar, citeert Veldman uit Zingende Torens van André Lehr, de geschiedenis van de Raalter beiaard is niet in 1974 ontstaan, maar gaat in ieder geval terug tot 1960. “Burgemeester Ganzenboom en de toenmalige gemeentesecretaris sympathiseerden met het idee om een beiaard aan te schaffen. Elke zichzelf respecterende stad of dorp ging in die tijd tot de aanschaf van een carillon over, want het wilde de klokkenroof uit de Tweede Wereldoorlog op een feestelijke manier compenseren. De klokkencultuur maakte immers wezenlijk onderdeel uit van de wederopbouw en de jaren daarna. In 1970 begint de zaak geleidelijk vorm aan te nemen toen de restauratie van de Plaskerk een aanvang nam. Als blijkt dat de kosten te hoog zijn om in de daartoe te verhogen toren een klokkenspel te plaatsen, verplaatst de aandacht zich naar de Kruisverheffingskerk, waar reeds drie prachtig grote klokken (uit 1948) hingen, die een perfecte basis konden vormen voor een nieuw carillon,” laat Veldman weten.

Verder schrijft Veldman: “In 1973 reserveert de gemeenteraad dekkingsmiddelen voor de aanschaf, op voorwaarde dat de bevolking een bedrag van 50.000 gulden zal bijdragen. Op 4 april 1974 wordt een beiaardcomité opgericht, dat gesteund door de gemeente, onder voorzitterschap van G.J.H. ten Have aan de slag gaat. In mum van tijd wordt het plan gepresenteerd en uitgewerkt, met tot slot een succesvolle actieweek eind oktober, waarbij zelfs meer dan het benodigde bedrag wordt opgehaald. Het streven van het Raalter Beiaardcomité was om de beiaard in de Advent – immers een bijzondere tijd voor klokken – in gebruik te doen nemen, en op 19 december 1974 was het dan zover. Burgemeester Zuidwijk aanvaardt het carillon namens de gemeenteraad en draagt het beheer over aan een commissie van beheer, waartoe wethouder J. Meijerink het voorzitterschap op zich neemt. De belangstelling gedurende de daarop volgende zaterdagmiddag is zo groot dat velen niet de gelegenheid kregen de toren te beklimmen.”

Veldman: “Uiteraard is er nog veel meer moois over het Raalter carillon te melden, maar ik hoop hiermee het beeld over vermeend gebrek aan historie van het Raalter carillon een klein beetje te hebben genuanceerd.”

Lees ook

Hans de Kort: Windturbines

(ingezonden brief) Hans de Kort is weer in de pen geklommen om zijn ongenoegen over …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.