Home / archiefcentraal / antwerpen banjul jullie doen het toch niet

antwerpen banjul jullie doen het toch niet

Amper drie weken geleden ontstond het eerste idee. Rick Dijsselhof en Bas Booijink uit Broekland zaten met wat vrienden in een studentenhuis in Dronten een biertje te drinken. De tv stond aan en ze keken naar de Dakar Rally. “Het lijkt me echt mooi om dat ook een keer te doen,” merkte één van de vrienden op. Nu, drie weken verder, lijkt er geen weg meer terug.

“We hebben ons wel verkeken op hoeveel werk de voorbereiding is.” Een simpele rekensom brengt de uitkomst dat de vrienden in minder dan vijf weken tijd de hele tocht moeten voorbereiden. Nu, twee weken voor vertrek, komt de deadline toch wel erg dichtbij. Zelf noemen ze de Dakar Rally grappend “de bron van het kwaad.”

Tijdens het ontnuchteren de volgende dag, na het avondje bier drinken vonden de twee uit Broekland het idee eigenlijk helemaal zo gek nog niet. Slechts één van de zeven vrienden haakte af. Met zijn zessen gingen ze ervoor. Een belletje naar de organisatie van de Antwerpen-Banjul Challenge volgde die dag.

“Ook de organisatie vond het een beetje kort dag, om nu nog in te schrijven, maar even later werden we teruggebeld dat, als we het allemaal nog konden regelen, we alsnog mee konden doen,” vertelt Bas Booijink.

Organisatorisch is er nog wel wat te doen. Bij de vraag “Waar slapen jullie?” beginnen de mannen te grijnzen: “Er zijn nog wel een paar puntjes die we moeten regelen. Zo ook de slaapplek. We kunnen wel luxe doen en onderweg hotels boeken, maar dat is niet echt de bedoeling. Dan is de charme er ook vanaf. We hopen eigenlijk nog op een sponsor die ons twee tentjes aanbiedt ofzo.”

“Eigenlijk wilden we met twee 4×4’s rijden, maar daar passen we niet met zijn zessen in. Dus gaan we met één 4×4 en een Mercedes.” Ook de auto’s moesten op het laatste moment nog gekocht worden. “Op 30 januari moesten we ons met onze auto’s melden in België. Op 27 januari hadden we ’s ochtends nog niet één voertuig gekocht, sterker nog: toen we de 30ste naar België gingen, had een stel uit ons groepje de tweede auto nog niet eens gezien!” De Mercedes werd namelijk pas op 29 januari in de middag gekocht.

De Challenge waar de heren aan deelnemen is eigenlijk meer een goede doelenrace. “De organisatie heeft een lijst van 40 goede doelen waar je als team uit kunt kiezen. Wij hebben gekozen voor een waterput in Panneh Ba’.” Na aankomst in Banjul worden de voertuigen (of wat er van over is) geveild op een veiling, die door de lokale bevolking is georganiseerd. Daar hoopt het zestal 3900 euro bij elkaar te sprokkelen. Dat is namelijk genoeg voor de waterput.

Dijsselhof en Booijink vertrekken de zevenentwintigste, om deel te nemen aan de ‘alternatieve Dakar Rally,’ de Antwerpen-Banjul Challenge. Het is de bedoeling dat ze in nog geen drie weken tijd ruim 7000 kilometer afleggen. De af te leggen route is, op een paar verplichte verzamelpunten na, helemaal vrij. Bas Booijink: “We willen ook nog even langs de Eiffeltoren rijden. Wij komen ook niet elke dag in Frankrijk.” Dijsselhof kijkt een paar duizend kilometer verder vooruit en verheugt zich al echt op de Sahara: “Ik heb echt zin in de zandduinen met de Pajero.” Met de Mercedes wordt een ietwat veiliger route gekozen. “Die houden we wel op het harde zandpad.”

De reis gaat ook door Mauritanië, daar vreest het tweetal het meest voor. “De Dakar komt niet meer door dat land heen omdat de situatie daar zo gespannen is. Bij de grensovergang verzamelen we met alle deelnemers, de organisatie raadt ons aan om daar smeergeld te betalen om het land in te mogen. We moeten daar echt op onze tellen passen en ons netjes gedragen.”

Zowat elke deelnemer van een rally als deze zou zijn auto grondig controleren voor vertrek. Aangezien de voertuigen erg zwaar belast gaan worden, zou je ook verwachten dat de mannen dit al lang hebben gedaan. Echter, de Mitsubishi is nog niet gecontroleerd, dat kunnen de deelnemers namelijk niet zelf. “Voor zover het lijkt zijn de auto’s technisch in orde. Van de Mercedes weten we dat zeker, maar de Mitsubishi is nog niet gecheckt. We zoeken nog iemand die dat als soort van sponsoring voor ons zou willen doen.”

Zelf verdienen Booijink en Dijsselhof geen rooie cent aan de deelname. “We hebben de auto’s zelf betaald. Die kostten ons al 2200 euro. Daarnaast betalen we een stuk brandstof, onze terugreis en het eten en drinken voor onderweg ook zelf. We hebben tot nu toe alleen een aantal onderdelen van Plentyparts gesponsord gekregen. Een aantal lampen, wat zekeringen en een laptoplader voor in de auto. Als er aan het einde van de rit nog geld overblijft, doneren we dat ook aan het goede doel,” vertelt Dijsselhof.

De zevenentwintigste februari is de grote dag voor de mannen. Dan vertrekken ze. Om half tien ’s morgens verzamelen alle Nederlandse deelnemers zich in Tilburg. Dan vertrekken ze samen naar België, voor het vertrek vanuit Antwerpen. “De eerste paar dagen willen we zoveel mogelijk kilometers maken.

We hebben onze tijd hard nodig zodra we Marokko inrijden. Vanaf daar wordt de route echt zwaar.” De geplande aankomst is 17 maart in Banjul.

Over de temperatuur in Afrika maken de mannen zich niet al te druk:“We gaan uit van 40 graden, dan valt het altijd mee.”Als de mannen terug zijn willen we de ervaringen van de twee Broeklanders natuurlijk uitgebreid horen. Met die opmerking stemmen Booijink en Dijsselhof in. Booijink grapt: “Als we überhaupt terugkomen natuurlijk.”

Lees ook

Muziekbokaal voor gemeenten en Stichting Muziek Netwerk Salland

WIJHE – De gemeenten Raalte en Olst-Wijhe hebben voor hun inzet voor het muziekonderwijs op …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.