Home / archiefcentraal / het dorp kitojo aids nog steeds een taboe

het dorp kitojo aids nog steeds een taboe

Wat kun je verwachten van de toekomst wanneer je ouders aan aids of malaria zijn overleden, je elke dag honger lijdt, niet naar school kunt en geen medicijnen krijgt als je ziek bent, en als er bovendien geen zuiver drinkwater is als je erg dorst hebt. Dat is uitzichtloos! Tenzij…

De Raalter stichting Second Home for Children in Uganda geeft wezen in het dorpje Kitojo een kans zich aan de erbarmelijke levensomstandigheden te ontworstelen. Journalist/schrijfster Edith van Zalinge heeft het dorpje bezocht. Salland Centraal publiceert haar interviews, die ook in boekvorm verschenen. Het boekje is voor tien euro bij Bruna Raalte en de Wereldwinkel te koop. Helpen met een gift of donateur worden kan natuurlijk ook.

Het dorp Kitojo: Aids nog steeds taboe in relaties

Ze biedt de meest laagdrempelige medische hulp in Kitojo. Al kan je van echte hulp niet spreken, geeft zuster Scolastic Bangiouna (54) onmiddellijk toe. Ze heeft immers geen medicijnen of andere hulpmiddelen tot haar beschikking. Als mensen een injectie nodig hebben, moeten ze de spullen zelf aanschaffen. Scolastic kan de prikken slechts toedienen.

En Scolastic onderzoekt de klachten. In de wetenschap dat, als ze iets ontdekt waarvoor nader onderzoek in een ziekenhuis nodig is, de mensen daarvoor simpelweg het geld niet hebben. “Dat vinden mijn patiënten nog erger dan dat ze niet weten wat ze mankeren. Dus komen ze niet zo vaak voor een consult”, legt ze uit.

Scolastic kwam twintig jaar geleden in Kitojo wonen. Daarvoor werkte ze jarenlang als verpleegster in het ziekenhuis in Kampala. Ze moest haar baan opzeggen toen haar man terug wilde naar zijn familie in Kitojo. “Hoewel ik veel liever in het ziekenhuis was blijven werken, moest ik gewoon mee. Zo gaat dat nu eenmaal in Afrika.” Eerst werkte ze nog enkele jaren als verpleegster in Mbarara, een uurtje rijden van het dorp. Dat was niet alleen omdat ze het werk zo leuk vond, maar ook omdat ze moest meehelpen haar gezin te onderhouden. Met het vertrek uit Kampala raakte Scolastic en haar man ineens twee vaste inkomens kwijt. Hij werkte namelijk ook in het ziekenhuis, in de voorraadkamer. Het geluk was echter dat de familie in Kitojo vrij veel land had. Daarvan konden ze goed leven.

Aids

Toen ze stopte met haar werk in Mbarara, wisten mensen met gezondheidsproblemen Scolastic al snel te vinden. Omdat ze in hetzelfde dorp woont, stappen ze makkelijker op haar af. De vriendelijk ogende verpleegster probeert iedereen te helpen zoveel ze kan. Ze vraagt daar een kleine vergoeding voor. De patiënten mogen zelf bepalen hoeveel. En wie niet kan betalen, hoeft niets te geven. “Iets wat regelmatig voorkomt”, zegt Scolastic. Vanzelfsprekend wordt ze regelmatig geconfronteerd met mensen die hiv-geïnfecteerd zijn. Het aantal mensen met hiv of aids bedraagt bijna tien procent. Scolastic probeert hen zo goed mogelijk te informeren over de noodzaak om zich te laten testen en medicijnen te nemen. “Ik maak hen duidelijk dat als ze dat niet doen, het risico bestaat dat ze snel doodgaan. Terwijl ze tegenwoordig met medicijnen nog lang kunnen leven.”

Taboe

Bijna niemand doet iets met die boodschap, weet Scolastic. “Aids is nog steeds een taboe. Ook tussen man en vrouw. Je ziet dat mannen zich wel laten testen of zelfs medicijnen nemen, maar niet aan hun vrouw vertellen dat ze aids hebben. En andersom is dat ook. Al geldt voor veel vrouwen dat zij het helemaal niet kúnnen vertellen. De kans is namelijk groot dat ze dan worden verstoten. Of, in het ergste geval, zelfs worden gedood door hun man. En dus houden ze gewoon hun mond. Met alle risico’s van verdere besmetting.”

Scolastic zou het een goede zaak vinden als de nationale en internationale hulp­organisaties die aidstesten doen en medicijnen verstrekken, regelmatig naar het dorp zouden komen. Maar ze realiseert zich ook hoe lastig dat is. Want veel mensen willen niet dat anderen weten dat zij aids hebben. En eigenlijk willen ze het zelf ook niet weten. Daarom laten ze zich niet testen, of dikwijls pas veel te laat. “Maar met goede voorlichting zou dat natuurlijk wel kunnen veranderen”, denkt Scolastic. Ze wil daar graag een rol in spelen. “Aids heeft hier al een hoop schade aangericht. Ik wil doen wat ik kan om te voorkomen dat die problemen groter worden. Als gewone verpleegster in het dorp heb ik niet veel mogelijkheden, maar als je met goede voorlichting een aantal mensen kunt informeren, is dat al winst.” Bovendien hoopt Scolastic dat ze ook meer jonge mensen kan bereiken die besmet zijn met hiv. “Vaak zijn dit weeskinderen, voor wie vrijwel niemand zich verantwoordelijk voelt. Zij kunnen niet naar een kliniek buiten het dorp. Hun kans op overleving wordt groter als ze hier terecht kunnen. Dat vind ik heel belangrijk.”

Lees ook

‘Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken’

Johan Seekles uit Heino gaat na een carrière van 42 jaar in de archieven met …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.