het dorp kitojo ik wil zelf een voorbeeld zijn

Wat kun je verwachten van de toekomst wanneer je ouders aan aids of malaria zijn overleden, je elke dag honger lijdt, niet naar school kunt en geen medicijnen krijgt als je ziek bent, en als er bovendien geen zuiver drinkwater is als je erg dorst hebt. Dat is uitzichtloos! Tenzij…

De Raalter stichting Second Home for Children in Uganda geeft wezen in het dorpje Kitojo een kans zich aan de erbarmelijke levensomstandigheden te ontworstelen. Journalist/schrijfster Edith van Zalinge heeft het dorpje bezocht. Salland Centraal publiceert haar interviews, die ook in boekvorm verschenen. Het boekje is voor tien euro bij Bruna Raalte en de Wereldwinkel te koop. Helpen met een gift of donateur worden kan natuurlijk ook.

Het dorp Kitojo: Ik wil zelf een voorbeeld zijn

Ze is supertrots dat ze haar eigen zaak heeft: Een eethuisje waar dagelijks zo’n vijftien taxi-chauffeurs en boda-bodarijders komen lunchen. In de kleine donkere keuken maakt Merabu Tummuhiirwe (32) dagelijks porties matoke, pocho (een soort meelbal) of iets met aardappelen. Simpele maaltijden die ongeveer 200 shilling kosten.

De kleine kordate vrouw kan er net van rondkomen. In ieder geval kan ze haar vier kinderen elke dag te eten geven. Met haar restaurantje maakt ze maar een klein beetje winst. Eigenlijk zou dat best wat meer kunnen zijn, weet ze. Maar het lastige is dat ze haar inkopen op de markt in Kitojo moet doen. Als ze de spullen bij een groothandel ging halen, zou de winstmarge groter zijn. Maar de kosten van het vervoer zijn te hoog. Dan blijft er te weinig over. “Helaas, want ik zou een goedlopende zaak kunnen opbouwen”, zegt Merabu. “Nu blijft het toch bij leven van dag tot dag.”

De start van haar eigen business werd bittere noodzaak toen haar man vier jaar geleden overleed aan aids. Tot dan toe bracht hij een vast loon binnen voor zijn werk in de zijdefabriek in Kitojo. Toen dat wegviel, moest Merabu zelf het geld voor haar gezin bij elkaar zien te sprokkelen. Dankzij de hulp van haar broer kon ze het restaurant beginnen. Hij gaf haar het benodigde startkapitaal. Ze had het graag terugbetaald, maar dat hoeft niet meer. Haar broer is ook overleden aan aids.

Zelf zegt Merabu niet besmet te zijn. In het dorp vertellen de mensen echter dat ze wel degelijk positief is. Dat ze lid is van het aidskoor in Kitojo, spreekt misschien voor zich. Maar net als zoveel anderen, laat ze zich er liever niet over uit tegenover vreemden. Eén van haar kinderen is opgenomen in het project van Second Home Kitojo.

Voorbeeld

Merabu wil zelf ook helpen om het initiatief tot een succes te maken. “Ik ben heel blij dat er iets voor de weeskinderen wordt gedaan. Die hebben het het moeilijkst van allemaal. Het zou heerlijk zijn als deze kinderen toch wat van hun leven kunnen maken, ondanks dat ze één of beide ouders kwijt zijn.” Eén ouder verliezen is volgens Merabu bijna net zo erg als beide ouders kwijtraken. Daar weet ze alles van. “Als je van vroeg tot laat moet werken, ben je doodmoe. Dan blijft er weinig tijd en energie over om voor je kinderen te zorgen. Dat voelt niet goed, maar je kunt gewoon niet anders.”

Als ze ooit wat meer geld zou hebben, dan zou Merabu graag naar een andere plek verhuizen. Nu ligt haar kleine toko net buiten het dorp. De restauranthoudster denkt dat ze meer zou kunnen verdienen als ze in het centrum zat. Om dat te realiseren zou ze graag een kleine lening afsluiten. Zolang die mogelijkheid er niet is, moet ze blijven zitten waar ze zit. “Jammer, want ik weet zeker dat het me zou lukken om iets moois op te bouwen. Die kracht heb ik, daarvan ben ik overtuigd. Ik zou zo graag een voorbeeld willen zijn voor andere vrouwelijke ondernemers. Laten zien dat wij in staat zijn om goed voor onszelf te zorgen. Maar zonder dat beetje hulp red ik dat niet.”