Home / archiefcentraal / het dorp kitojo een glaasje water als lunch

het dorp kitojo een glaasje water als lunch

Wat kun je verwachten van de toekomst wanneer je ouders aan aids of malaria zijn overleden, je elke dag honger lijdt, niet naar school kunt en geen medicijnen krijgt als je ziek bent, en als er bovendien geen zuiver drinkwater is als je erg dorst hebt. Dat is uitzichtloos! Tenzij…

De Raalter stichting Second Home for Children in Uganda geeft wezen in het dorpje Kitojo een kans zich aan de erbarmelijke levensomstandigheden te ontworstelen. Journalist/schrijfster Edith van Zalinge heeft het dorpje bezocht. Salland Centraal publiceert haar interviews, die ook in boekvorm verschenen. Het boekje is voor tien euro bij Bruna Raalte en de Wereldwinkel te koop. Helpen met een gift of donateur worden kan natuurlijk ook.

Het dorp Kitojo: Een glaasje water als lunch

Een stokoude vrouw zit op de grond voor de hut van boerin Elevenis Mwebe (56). Broodmager en blind. Een onbekende ziekte heeft haar ogen aangevreten. Als het begint te regenen, voert Elevenis haar voorzichtig naar binnen en legt haar op een bed. Het bed is smerig en er hangt een oude klamboe boven. Daar zitten grote gaten in, waardoor het net geen enkele functie meer heeft. Op dit bed, of op het plekje voor de hut, brengt de oude vrouw haar dagen door.

Vroeger verdiende ze nog wat geld, door bijstand te verlenen bij moeilijke bevallingen. “Want Robina heeft toverkracht,” legt Elevenis uit. “Ze kon geboortes bespoedigen door met haar hand over de buik van de zwangere vrouw te strijken.” Dat kan ze niet meer, dus nu is ze volledig afhankelijk van Elevenis. Ooit wilden deze twee vrouwen niets met elkaar te maken hebben. Ze hebben dezelfde man: Robina was zijn eerste vrouw, Elevenis zijn tweede. Sinds hun echtgenoot jaren geleden overleed, zorgt Elevenis voor de eerste vrouw. “Zo gaat dat vaak in de gemeenschap”, vertelt Elevenis. De twee vrouwen hebben een zwaar leven. Met het overlijden van hun man, viel een belangrijke bron van inkomsten weg. “Niet dat het toen een vetpot was, maar we hadden in ieder geval elke dag te eten. We hadden dieren en als we ziek waren, konden we naar de dokter.”

Daarvan is nu geen sprake meer. Met alle mogelijke middelen probeert Elevenis het hoofd boven water te houden. Voor haarzelf, voor Robina, voor haar drie zonen en de drie weeskinderen die bij haar wonen. En dan heeft Joel, haar oudste zoon van 22, ook nog een hart­probleem. “Hij heeft eigenlijk medicijnen nodig, maar die kan ik niet betalen. Joel moet voorzichtig doen met werken, hij is snel moe. Ik maak me zorgen; ben bang dat hij niet lang zal leven. Het is heel erg dat ik niets voor mijn zoon kan doen.”

Bier brouwen

Elevenis heeft maar een klein stukje grond. In het regenseizoen, de periode van oktober tot maart, kan ze nauwelijks oogsten van haar plantage met matokebomen en bonen. En wat er wel groeit, is bij lange na niet genoeg om de hele familie te voeden. Daarom doet Elevenis er van alles bij. Ze heeft enkele kippen, waarvan ze de eieren verkoopt: de eieren zijn te kostbaar om ze zelf te eten. Ook houdt ze bijen en ze brouwt bier van de matokes. Dat is een zwaar proces, waarbij de vruchten eerst enkele dagen in een kuil moeten liggen, vervolgens met de voeten worden uitgeperst en daarna bewerkt in een destilleerderij. Dat levert tachtig liter bier per maand op. Die verkoopt ze voor 30000 shilling. Verder heeft Elevenis enkele geiten. “Het voordeel van die dieren is dat ik geen speciaal voedsel voor ze hoef te kopen, ze eten gras uit de plantage. Als de geiten groot genoeg zijn, verkoop ik ze aan de slager.”

Hoe hard ze ook werkt, het lukt haar niet voldoende geld te verdienen om de kinderen iedere dag eten te geven. Heel af en toe krijgt ze hulp van de buren, maar die hebben ook amper genoeg voor zichzelf. “Als de kinderen tussen de middag uit school naar huis komen voor de lunch, krijgen ze soms alleen een glaasje water”, zegt ze beschroomd. En dat is meestal geen schoon drinkwater. Water koken is niet altijd mogelijk, omdat Elevenis zuinig moet zijn met hout. Ze is dan ook heel blij met het voedselproject voor de wezen. “Daardoor krijgen zij tenminste nog af en toe iets goeds te eten. Dat ontlast me toch een beetje.”

Zowel de kinderen als de volwassenen van de familie hebben regelmatig malaria. Elevenis dankt God dat er nog niemand aan de ziekte is overleden. Een bezoek aan de dokter en goede medicijnen zijn onbetaalbaar. Daarom is ze erg geïnteresseerd in het plan van de coöperatie om artemisiaplanten uit te zetten. Van de bladeren kan thee worden gezet, een goedkope manier van preventie van malaria. “Het is goed dat er een middel is dat ons helpt tegen de ziekte”, vindt ze. Ook voor de bestrijding van allerlei andere kwalen maakt Elevenis gebruik van geneeskrachtige kruiden. “Dat deden onze grootouders ook. Als je niks anders hebt, kun je je familie toch nog helpen.”

Haar hand glijdt langs een paar prachtige roze bloemen. Een opvallend detail op het troosteloze landje. Ze zijn bedoeld voor de bijen. “Maar,” zegt Elevenis, “ik houd zelf ook veel van mooie bloemen. Hoe arm we ook zijn, daar kan ik toch van genieten!”

Lees ook

De Lemeler begraafplaats is weer up-to-date

LEMELE – De in september vorig jaar gestarte renovatie van de bijzondere begraafplaats in Lemele …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.