Home / archiefcentraal / de lettelse revue viert 25 jarig bestaan

de lettelse revue viert 25 jarig bestaan

Deze voorstellingen waren overigens allemaal in twee dagen tijd uitverkocht. In totaal zullen zo’n 1.500 mensen ‘Viemtwuntug’ bekijken. Bepaald niet slecht voor een revuegezelschap uit een klein dorp als Lettele. We spraken met John Zwiers en Mark te Boekhorst, de enige twee leden die er vanaf het begin bij waren. Ook aanwezig: Gerard Huis in ’t Veld, samen met Fien Klein Koerkamp de grote regelaars achter de schermen.

“Lang voordat we begonnen, had Lettele al een revue”, vertelt Mark. “Dat waren onder andere Jan Bril, Jan Cents en Ben Kruit, maar die club is ook al zo’n 35 jaar geleden gestopt. Ben Kruit heeft zo’n 25 jaar geleden het initiatief genomen om een nieuwe revue te brengen. Hij was mijn buurjongen. Toen ik een keertje bij hem langs ging, was hij druk aan het typen. Dus ik vroeg wat hij aan het doen was. ‘Een revue schrijven’, zei hij. ‘Wil je meedoen?’ En dat wilde ik wel. Zo is het voor mij begonnen. De eerste keer bestond de revue echt uit een bij elkaar geraapt zooitje mensen. Iedereen die zin had, deed mee.”

Veel is er sindsdien niet veranderd. Het gezelschap brengt al 25 jaar een avondvullend programma vol humor en soms absurde vondsten, afgewisseld met zang en dans. Bestond het gezelschap de eerste keer nog uit negen mensen en een klein begeleidend kader, inmiddels zijn er elk jaar zo’n 35 mensen betrokken bij de voorstellingen, van spelers tot zangeressen, van technici tot grimeurs en van regisseur tot kledingverzorgers. “Wat ook veranderd is, is dat we de eerste keren vaak wat langere sketches hadden”, vertellen Mark en John. “Maar daar zijn we vanaf gestapt. We proberen nu in twee uur tijd zo’n twintig sketches te brengen. Maar één ding is en blijft zo, uitlopen doet het toch. Het wordt altijd later dan half elf!”

Een goede sketch begint met een goed einde, zijn John, Mark en Gerard van mening. “Je moet eerst een goede clou hebben waar je verder op kunt bouwen. Veel ontstaat er improviserend. Maar als we eenmaal de vorm gevonden hebben, dan veranderen we er niet zoveel meer aan. We krijgen wel eens te horen dat de voorstelling de laatste avond heel anders was dan de eerste, maar dat is niet zo. Het enige wat we de laatste avond soms nog wel eens doen is een beetje meer ouwehoeren. Het is de sport om een ander dan uit zijn rol te brengen, ha ha! Maar vroeger deden we dat veel meer. Het leukste was dat we bij een bepaalde sketch de glaasjes jenever niet met water, maar met echte jenever hadden gevuld. Alle leden op het podium namen tegelijk een slok. Je zag de ogen groot worden. Dat kwam aan! Dat was toch ook wel de klassieker.”

Een beetje ouwehoeren en spelen met het publiek, het hoort er een beetje bij. En als dat goed lukt, dan voelt dat als een overwinning. John herinnert zich een sketch waarbij hij een doodsmak maakte. “Ik ging een trap op, zogenaamd naar zolder. Het publiek zag me niet meer. En dan ineens een kabaal en kwam ik naar beneden vallen. Dat dachten tenminste veel mensen. Dat wat naar beneden kwam, was een pop die achter een schot viel. Daar zat ik op dat moment ook allang weer achter. En vlak nadat die pop dus neer gesmakt was, stak ik mijn hoofd weer omhoog. Er zijn nog steeds mensen die denken dat ik echt naar beneden kwam zeilen. ‘Foi toch, hij zol de nekke brekk’n!’”

Natuurlijk gaat het ook bij de leden van de revue wel eens mis. Mark herinnert zich een smakelijke blunder. “We hadden jaren geleden een sketch met twee stratenmakers. Dus de gordijnen gingen open en daar zaten die jongens te straten. Middenin een woonkamer! Waren de decorbouwers vergeten het goede decor er achter te draaien. En niemand die durfde. Want die podiumbouwers hebben allemaal een beetje podiumvrees. Uiteindelijk is één van de acteurs het podium opgelopen om het juiste doek er achter te draaien. En die stratenmakers: ‘Goh, zitten we ineens weer buiten!’”

Uiteraard is het gezelschap ook wel eens benaderd om de voorstelling elders op de planken te brengen, maar de leden denken niet dat het er van komt. Teveel logistiek gedoe en bovendien vormen de zes uitvoeringen en alle voorafgaande repetitie-avonden al een stevige aanslag op de agenda. Wel worden succesnummers uit de revue nog wel eens gebruikt voor voorstellingen van Zwiekoteboebo, waarvan Mark en John beide lid zijn (net zoals Wilco Boksebeld die ook al jaren meedoet met de revue).

“Zo’n revue kan nooit een sleur worden”, stelt Mark. “Het is mooi werk. Waarom staat een pastoor elke week op een preekstoel? Vanwege het succes? Nee, omdat dat is wat hij doet. De één voetbalt, dit is onze hobby. We doen er gelukkig maar één per jaar. Wat wel lastig is, is dat als je ouder wordt je steeds meer moet plannen om naar een repetitie te kunnen. Mijn vrouw is ook lid en we zitten ook met kinderen. Daarom kunnen we er beide niet altijd bij zijn. Toen ik een jonge snukkel was, ging ik gewoon en ik kwam wel een keer thuis, maar de tijden veranderen. Ik ben geen jonge snukkel meer!”

Lees ook

Wiegeliedjes en nachtmerries in Nicolaaskerk

WIJHE – Sinje Kiel en David van Ooijen verzorgen op zaterdag 7 augustus een concert …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.