laurens ten den als hein terug op de buis

“Hein heeft bovendien een ringbaardje. En zo gauw als de opnames afgelopen zijn, gaat dat ringbaardje er weer vanaf. Dat scheelt!” Toch heeft ‘Van Jonge Leu’ zijn leven behoorlijk veranderd. Binnenkort gaat het vierde seizoen van de plattelandssoap van start. Een gesprek met een nuchtere ‘alternatieveling’.

Laurens (44) doet veel meer voor ‘Van Jonge Leu’ dan acteren alleen. Hij werd aanvankelijk aangenomen als schrijver. “Maar toen ik de verhaallijnen zag, dacht ik ‘dat wordt interessant, daar wil ik ook wel in mee spelen’. Een tv-serie in het dialect, dat sprak me überhaupt al enorm aan. Ik zou eigenlijk ook audities afnemen, maar daarvoor heb ik me toen maar afgemeld. Ik had graag Alwie willen spelen, maar toen ik bij de audities aankwam, zag ik net Arthur Geesink en Evelien Harberink (die nu Alwie en Patricia spelen, red.) naar buiten lopen. Die leken meteen al man en vrouw, die zou ik zelf ook gelijk hebben aangenomen. Dus hoopte ik voor een andere rol in aanmerking te komen.”

Het is uiteindelijk Hein Bode geworden, een karakter dat ik helemaal niet zo interessant vond. Hij was aanvankelijk zo’n enorm rijke kakker, een patser in een spencer en een ruitjesbroek. Het was nogal een cliché. Ik heb er een oude rocker van gemaakt, die op nogal dubieuze manier rijk is geworden. Dat leek me veel interessanter en ook leuker. Ik weet nog dat ik voor het eerst met het langere haar en het baardje op de set aankwam. Iedereen schrok, maar ik zei dat het erbij hoorde. En producent Johan Nijenhuis was het helemaal met me eens. Het is prachtig om zo’n mooi fout type te spelen. Ik heb hem zo dicht mogelijk bij mezelf gehouden. Het is leuk om zo’n hufter toch sympathiek te maken. Daarin zit ‘em de uitdaging.”

Het derde seizoen van ‘Van Jonge Leu’ liet hij Hein uit de serie schrijven om minder personages en meer rust in het verhaal te krijgen. Maar het komende seizoen keert Hein terug. Laurens heeft er zin in. Niet eens zozeer omdat hij terug op de buis komt. “Vorig jaar was ik verantwoordelijk voor de Twentse redactie. Dat betekent het vertalen en aanpassen van de scènes aan de streekcultuur. Dit jaar ben ik totaal eindredacteur. Ik kan schrijven en herschrijven zoals het mij goeddunkt. Ik heb bijvoorbeeld altijd gevonden dat de Twentse natuur ook een hoofdpersoon moest zijn.”

“Soaps zijn vaak gebaseerd op conflictsituaties, maar hier in het oosten zeggen we elkaar de dingen niet zo snel in het gezicht. We hebben geen westerse mentaliteit. Hier zeggen we dingen met een omweg. Alwie moest bijvoorbeeld in een nieuwe scène kwaad worden en uitvallen. Ik heb dat veranderd. Ik laat hem nukkig weglopen en vervolgens over het land wegkijken. Ik vindt dat emotioneler om te zien, dat hij zijn woede niet kan uiten en ‘ruimte’ zoekt in de omgeving. Dat is veel meer zoals de mensen uit het oosten zijn. Daardoor is de serie ook wat minder soapachtig geworden.”

Met het begrip soap heeft Laurens überhaupt weinig. “Er worden best goede soaps gemaakt hoor, maar als ik het woord ‘soap’ hoor, dan heb ik meteen het vooroordeel dat ik naar mensen moet kijken die allemaal zo nodig beroemd willen worden. Mooie koppies. Daar heb ik niet zoveel mee, ik kijk liever naar goede acteurs. Ik heb niks met bekendheid, alhoewel daar ook wel weer iets dubbels in zit. Ik wil wel dat mensen zien wat ik doe. Om dit werk te doen moet je een beetje publieksgeil zijn. Maar toch is het wel fijn dat mijn gezicht niet zo opvalt. Als ik na een theatervoorstelling een biertje pak en sta na te praten, hebben veel mensen niet eens door dat ik net daarvoor op het podium heb gestaan.”