Joop van den Enk over de gloriedagen van zijn discotheek in Heino: ‘Een wilde, maar ook mooie tijd’

Reünie van White Devil in BijNe9en

Rond 1973 begonnen drie tieners, Joop van den Enk, Hans Westenenk en Herman Luttenberg, met hun drive-in-show White Devil. Het ambitieniveau: aanvankelijk laag. De eerste keer dat ze op een fuif draaiden, kregen ze 20 gulden. Geen van drie kon toen bevroeden dat hun initiatief jaren later zou uitmonden in een eigen discotheek in Heino. Zaterdag 17 november houdt Joop een White Devil-reünie in BijNe9en in Heino.

“We handelden vroeger wel eens wat met Luuk van Beek”, vertelt Joop. “Een soort Swiebertje. Hij had van alles, boxen, radio’s, pick-ups, noem het maar op. Via hem kwamen we aan onze eerste draaiset. We hielden alle drie van verschillende muzieksoorten. Hans was van de harde rock, Herman van de Top 40 en ik van de soul. Die stijlen combineerden we als we op fuiven gingen draaien. Hoe we aan de naam kwamen? Hermans vader en mijn moeder hadden vroeger, net zoals veel andere families, een bijnaam:‘de Duvel’. Je had in die tijd ook een andere drive-in-show: Black Ghost. Black kon dus niet meer. En dus werd het White Devil.”

Het aantal feestjes waar ze moesten draaien, groeide en groeide. Maar ze wilden meer. En zo ontstond medio jaren zeventig het idee om zelf discoavonden te organiseren in Heino. Daar was er voor de jeugd immers weinig te beleven. Bij Giezen, de exploitant/beheerder van het parochiehuis, vonden ze een gewillig oor. Om de veertien dagen konden ze bij hem op de zaterdagavond terecht. Van acht tot twaalf.

“We lieten vijftig posters drukken en verspreidden die met de auto in de regio. Heino, Dalfsen, Lemelerveld, Lierderholthuis, alle plaatsen rondom Heino. Elke poster moest vijf bezoekers opleveren, zo dachten we. Dat was de eerste keer niet het geval, maar daarna kregen we al snel de loop erin. Die posters waren behoorlijk duur, dus elke keer gingen we er langs om met een dikke stift de nieuwe datum erop te zetten.”

Concurrentie
Het succes zorgde voor kapers op de kust. “Giezen, belde me op een gegeven moment dat een andere partij zich had gemeld om ook discoavonden te organiseren. En dan telkens op de zaterdagavond dat wij niks hadden. Toen besloten we om dan maar wekelijks een discoavond te houden. Wat later stelde het kerkbestuur voor om zelf de tap onder haar hoede te nemen. Wij zouden dan betaald worden voor het draaien. Maar we waren toen al wel zo commercieel dat we daar niet in mee gingen. Met Giezen maakten we daarop de afspraak dat we, zo lang hij beheerder was, in het parochiehuis konden blijven.

Joop:  “Dat ging anderhalf jaar goed, maar toen kreeg ik Giezen aan de lijn. Hij wilde stoppen. Hij stelde voor dat ik de exploitatie van het parochiehuis op me zou nemen. Daar moest ik heel even over nadenken, maar ik besloot het te doen. Hans en Herman zouden blijven draaien en daar een vergoeding voor krijgen, dan zou ik de exploitatie op me nemen. Omdat ik nog niet eens meerderjarig was, ging Giezen met me mee naar de Kamer van Koophandel. Officieel werd ik aangesteld als hulpconciërge.”

Drie muziekstijlen
Joop besloot meteen om de grote zaal aan te passen. “In een hoek stond een kleine bar met aan weerszijden de deuren naar de dames- en herentoiletten. Dat moest anders, zo vond ik. Dus creëerde ik een extra bar op het podium. Eentje die we gemakkelijk met gordijnen konden afschermen als er een andere activiteit was.” De populariteit van White Devil bleef ondertussen maar groeien in de regio. Nieuwe bezoekers kwamen van steeds verder weg. Joop zag mogelijkheden. En al snel was White Devil ook op vrijdagavond geopend. En de zondagmiddag- en avond volgden ook al snel.

“Wel met de zaal qua grootte aangepast. De zaterdagavond was de grote publiekstrekker. Vijf-, zeshonderd man in de keet. Bomvol! Te vol, soms.” En dus werden er nog meer ruimtes van het parochiehuis ingezet. White Devil had op haar hoogtepunt drie muziekarea’s. Top 40 in de grote zaal; een hardrockbar bij het balkon en een soulbar boven (waar ook de snackcorner te vinden was). “Drie muziekstijlen in een uitgaansgelegenheid, dat was toen erg vernieuwend, daar liepen we mee voorop!”

Overlast
Joop kon het zich zelfs veroorloven het pand aan te kopen. Maar door het succes begon ook de overlast voor de buurt te groeien. De massaal geparkeerde brommers en fietsen langs de (doorgaande) Raalterstraat belemmerden het verkeer. Datzelfde gold voor het vertrekkende publiek. “Dat vloog gewoon de straat op. Ik heb er vaak bij staan kijken: ‘Oh jongens, wat gebeurt er?’ We hadden nou eenmaal te maken met een jong publiek. En met een paar biertjes erin, werd het soms wat onstuimig. Echt, brievenbussen die vernield werden, plantenbakken op de kop. Ik had een buurvrouw die telkens haar geraniums kwijt was. Ik was het zo zat, dat ik op een gegeven moment een bloemist opdracht heb gegeven om bij haar elke maandagochtend zes nieuwe geraniums neer te zetten.”    

Natuurlijk waren er ook opstootjes. Eind jaren zeventig overleed en bezoeker van White Devil, nadat hij eerst naar huis was gefietst, aan verwondingen die hij had opgelopen bij een vechtpartij. “Een dieptepunt, het had een grote impact. Op last van de gemeente moesten bovendien de deuren een maand lang dicht. Die tijd hebben we wel aangegrepen om de boel intern te verbouwen en aan te passen om de overlast te verminderen. Echt, het gebouw was heel slecht geïsoleerd. Dat zorgde voor heel veel geluidsoverlast. Elk weekend zetten we grote houten platen voor de ramen. Ook om te voorkomen dat mensen erdoorheen zouden vallen. Als de bas erin kwam, begon alles te dreunen. Ik heb wel eens twee straten verderop bij klagende buren in een woonkamer gestaan en dat ik nog kon verstaan wat de DJ zei.”

LUV
Joop begon ook steeds vaker liveacts te programmeren. Grote bands als Normaal, Sweet d’Buster en Golden Earring. “LUV werd op een gegeven moment erg populair, dus besloot ik om die te boeken. Ze waren alleen maar op een donderdagavond beschikbaar. En dat was de avond dat een zangkoor van de kerk repeteerde bij me. Met drankjes en bitterballen ernaartoe om uit te leggen dat ze één keer op een woensdagavond moesten oefenen. Met de toezegging dat het dan ook bij die ene keer zou blijven, ging het koor akkoord. Echt, die donderdagavond stonden ze in rijen voor de deur. Het volk paste er gewoon niet in. We moesten de deuren zelfs sluiten.” 

Nog jaren ging het goed. Totdat De Leeren Lampe in Raalte in de tweede helft van de jaren tachtig de Witte Bar opende, een op dansmuziek gerichte bar. Joop zag zijn zaterdagavondpubliek in enkele weken tijd wegtrekken. De zondagmiddag bleef wel een publiekstrekker, maar de inkomsten werden minder en het enthousiasme van Joop nam af. Eind jaren tachtig stopte hij als exploitant van het Parochiehuis. White Devil was ten einde. Voor Joop wachtten nieuwe horeca-avonturen. Maar hij denkt met veel plezier terug aan de jaren dat het voor hem allemaal begon. “Het was een hele wilde tijd, maar ook een bijzonder mooie tijd. Heel veel mensen hebben bij White Devil de liefde van hun leven ontmoet.”

Hazes
In BijNe9en in Heino wil Joop zoveel mogelijk karakteristieke elementen van een avondje White Devil terughalen. Meerdere area’s met verschillende stijlen muziek, DJ’s van toen (Hans Westenenk, Herman Luttenberg en Joop zelf kruipen weer achter de draaitafels, net zoals andere vaste waarde Henri Grootenhuis). En het halfuurtje Hazes, dat elke zaterdag gedraaid werd in de soulbar, keert ook weer terug.

Aanvang is om 20.00 uur en om 0.00 uur is de avond afgelopen. Kaarten à 12,50 euro (inclusief garderobe en consumptiemunt) zijn in de voorverkoop verkrijgbaar bij Schulten Lederwaren in Raalte, de Smulbaai in Heino, Reimink in Lemelerveld en Schippers in Wijhe. ’s Avonds aan de kassa kosten tickets 15 euro.

|Doorsturen

Uitgelicht


Columns

Algemeen

112

Sport

Politiek

Uit

Digikrant


Volg ons op Facebook


Volg ons op Twitter




Salland Centraal wordt gehost door:
EG COMPUTER SPECIALISTEN

Agenda

Weer