Rick: Adriaan

Als wij op de bank zaten, lag hij voor ons op het kleed. Languit, pootjes naar achteren gegooid. En als ik dan opstond en naar de keuken liep om koffie in te schenken, kwam hij me achterna, haalde me halverwege zelfs in en ging pal voor de koelkast zitten wachten. Meneer wilde graag een wortel.

Nooit meer zal ik halverwege worden ingehaald. Adriaan is niet meer. Na dik tien konijnenjaren was de koek op en de pijp leeg. De achterpootjes deden het niet meer, lopen was onmogelijk en zichzelf schoonhouden ook. Mijn vrouw en ik konden het niet meer aanzien en gingen afgelopen weekend voor de laatste keer met Adriaan naar de dierenarts.

Of ik gehuild heb? Als een baby. Vrijdag, zaterdag, zondag. Tijdens de lunch, bij het opvouwen van de droge was, iedere keer weer die stomme tranen. Soms uit het niets. Dan stond ik bij de keurslager filet american te bestellen en zag ik ineens zijn lieve snuitje voor me. Even slikken en weer doorgaan.

Ik heb nooit geweten dat je een konijn zo erg kunt missen. Het komt gewoon omdat Adriaan altijd bij ons was. Niks buitenkonijn in een uithoek van de tuin, maar gewoon een hok binnen waar hij zelf in en uit mocht wanneer het hem uitkwam. Dus als ik 's ochtends mijn boterhammen smeerde, huppelde hij rondjes om me heen. En als we 's avonds een thriller keken, kwam-ie bij ons liggen.

Tien jaar lang liep hij achter onze kont aan alsof we zelf een grote wortel waren. En nu is het stil in huis. Muisstil. En tuurlijk is het fijn dat we niet meer met natte doekjes zijn poepvlekjes van de vloer hoeven te poetsen. Maar heel eerlijk: ik had het met liefde nog honderd jaar gedaan. Dag lieve Adriaan.

|Doorsturen

Uw reactie


Uitgelicht


Columns

Algemeen

Sport

Politiek

Uit