Pensionado: Prietpraat in het water

Daar was hij weer, de man, die ik gekscherend “hond” noem. Hij ging weer tekeer in het water en moest steeds lang rusten na een baantje water verplaatsen. Mede zwemmers keken elkaar hoofdschuddend aan. Wie durfde hem te vertellen dat hij zich aan moest sluiten bij de kleuters, die hier zwemles kregen.

Daar liep ook weer de man met de rode zwembroek door het water te sprinten. Zijn rode hoofd paste perfect bij zijn zwembroek. Ik had hem al een tijdje gemist. Nu zag ik waarom, dat zo was. Hij droeg nu een zwarte zwembroek. De rode was zeker versleten, hij liep zo hard en botste ook iedere keer zo hard tegen de muur aan, dat kon niet anders. Hij keek niemand aan, bleef stoïcijns aan de kant lopen.

Moeder en dochter, niet te missen, zwommen naast elkaar hun baantjes. Hoe kan het dat je elkaar zo veel te vertellen hebt. Ze kakelden de hele tijd maar door in het water of staand aan de kant. In de kleedkamer ging het verder. Ik hoorde het aan. Over armbanden en oorbellen, over doktersadviezen en medicijnen, over kinderen en ouderen...gewoon prietpraat.

In de Libelle lees ik iedere week een stukje prietpraat. Leuke opmerkingen van kinderen. Daar smul ik van. Maar deze moeder en dochter prietpraten en nu betekent dit: Wat een gebeuzel, geklets, geleuter, nonsens of onzin.

Prietpraat ik ook, vraag ik aan mijn lief? Wat doe je? Wat is dat dan? Als ik het uitleg, kijkt hij mij meewarig aan. Je doet niet anders. Tja, dat wist ik niet. Ik hou mijn mond en praat vanaf nu alleen nog over belangrijke zaken. Die belangrijk voor mij zijn, dat begrijp je zeker wel.

|Doorsturen